Posts tonen met het label 14. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 14. Alle posts tonen

vrijdag 14 maart 2014

HANS HUGEN van nr. 10 zoon van een kleermaker en een wijkverpleegkundige

De Venestraat in het verhaal van de familie Hugen op nummer 10.

Midden in de oorlog wordt Hans geboren, augustus 1943. Hans Hugen de oudste zoon van de familie Hugen. Hans had één ouder zusje, Thea, en een jongere broer Koos. De drie kinderen zijn in de Venestraat geboren, waar vader en moeder Hugen zijn gaan wonen bij hun trouwen, in 1941. Zij zijn laat getrouwd en kregen hun kinderen toen zij zelf begin veertig waren. 

























De heer Hugen was een zeer gewaardeerd kleermaker, die niet alleen andermans ontwerpen realiseerde maar liever ook zelf ontwierp. Samen met zijn broer had hij een atelier in de Walstraat, nummer 60, waar grootvader Hugen ook reeds kleermaker was. De Gebroeders Hugen hadden hun opleiding genoten in Parijs en Londen en daarvan werd in hun briefhoofd melding gemaakt.
Toen de Hugens naar de Walstraat 26 verhuisden, woonde daar ook grootmoeder Hugen en de broer-compagnon Hugen.
Die verhuizing was ingegeven door de zorg over Hans' gezondheid. Op Venestraat nummer 10 stond er vrijwel steeds water in de kelder. Er was namelijk achter het souterrain, waar de keuken was en gegeten werd, nog een kelder waarvoor je een paar treden af moest. Daardoor heerste er in het huis een permanente vochtigheid waardoor Hans veel last had van benauwd.  Een half jaar lang moest hij in de gezonde lucht van Egmond aan Zee, naar een kinderkolonie: aansterken bij Sint Joseph. Bij de nonnen. Hij zat in derde klas en is dat half jaar niet één keer thuis geweest. Zijn ouders zijn hem "zo nu en dan eens" komen opzoeken. Nee, dat was geen pretje, verschrikkelijk was het: die heimwee. En toen hij terugkwam was de grootste teleurstelling dat hij naar de tweede klas werd teruggezet en bovendien kwam de astmatische aandoening ook weer terug. En toen op deze manier duidelijk werd dat hij last had van de vochtigheid in dat huis, is de familie verhuisd naar de Walstraat. Eerst naar nummer 60 en later naar het royalere pand op nummer 26.










Thea, Hans en moeder Hugen in de Venestraat

Op alle foto’s van de heer Hugen in het familiealbum van Hans springt direct zijn klasse in het oog. Hij was niet alleen een knappe man, met een prettige rustige oogopslag, maar zijn ‘aankleding’ maakte als het ware reclame voor de kwalitatief hoogwaardige zaak.
Ook de foto van de beide broers op ski’s in Zwitserland, begin jaren dertig, waarheen zij waren gereden op een Harley Davidson illustreert hun succes.
Mevrouw Hugen was ook een bekende Zwollenaar en werd gewaardeerd als zuster Boensma, wijkverpleegkundige en tevens vroedvrouw. Overigens is die na haar trouwen een winkel in lingerie en foundation begonnen, in de Luttekestraat, nummer 9: Maison Renomme, van 1957 tot 1965. Daar zit nu modemagazijn Eva. Hans heeft daar nog met zijn familie gewoond, komende uit de Walstraat en vóór hij op z’n 21 op kamers ging omdat zijn moeder, weduwe geworden, naar Haarlem verhuisde.
Op de trouwfoto van Hans' ouders zijn de heer en mevrouw Pas te zien, met hun dochter Suze als bruidsmeisje te zien. De familie Pas woonde op nummer 12a, met nog twee dochters. Marijke was de middelste en bracht de kleine Hans naar de kleuterschool en later  de Aloysiusschool. Willeke was de jongste. De vriendschap van deze twee families zal  van vóór de Venestraat dateren. 




De heer Hugen is 67 geworden, geboren in 1898. Hans was dus 21 toen hij kwam te overlijden, in 1965.
Hans’ moeder was 96 toen zij stierf, in het Zonnehuis in Zwolle, maar Hans kan het geen ‘gezegende’ leeftijd noemen omdat zij een jaar of vijf aan Alzheimer heeft geleden en hem tenslotte niet meer herkende.

Toen in 1957 de verhuizing naar de Luttekestraat in volle gang was, leuk detail, heeft hij gelogeerd in het huis waar wij nu zitten te praten, bij de heer Dijkstra en tante Roelfje, Venestraat 14. Hans heeft nog een duidelijk beeld hoe het er hier toen uitzag: vóór de praathoek met stoelen in de rondte, de schuifdeuren, in het midden de eetkamer en dan achter, aan de tuinkant, ook weer met deuren, de serre. Via een houten trap kwam je dan in de tuin, met links twee schuurtjes en daarachter of daarnaast een prachtig kippenhok.
En de goede betrekkingen met de Dijkstra’s bleken nog eens toen de heer Dijkstra naar de huwelijksreceptie van Hans in 1968 kwam.  

Jochie van vijf
Tot de mooie jeugdherinneringen behoort het kijken op het station naar de machtige stoomlocomotieven. Hij kreeg een dubbeltje voor een perronkaartje en kon dan eindeloos blijven kijken op het station naar vrolijke mensen en machtige machines. Stoom was niet vies, zegt Hans, maar zat er dan geen roet in de lucht; er werden toch kolen gestookt om de ketel op stoom te houden? Maar je hoorde de bewoners van de Venestraat in elk geval niet klagen over rook, stoom of roet van het station. De activiteiten van het station waren toch onvermijdelijk.
Trouwens de fabriek van Klinkert heeft ook geen sporen nagelaten in de memorie van Hans, en dus ook niet van luchtverontreinigende hinder van de bedrijfsactiviteiten.
Het was een soort magisch moment als in de voorbereiding van de jaarlijkse veertiendaagse vakantie naar Schoorl de fietsen naar het station gebracht werden door Hans met zijn vader, om te worden verstuurd. Op een groot karton stonden afzender en bestemming. De familie Hugen had het duidelijk goed.
Ja, er werd uitbundig gespeeld op straat. Maar het vijfjarige jochie was verlegen en durfde zich niet spontaan in te voegen. Tot er een meisje kwam vragen of hij met haar wilde spelen toen hij op de treden van zijn portiek zat toe te kijken. Tja, wie zou dat geweest kunnen zijn. En met een mooie glimlach bekent Hans dat hij er nog steeds blij van wordt als hij aan haar en haar uitnodiging denkt. En ja, hij is gaan met haar gaan spelen.

De buurt
Boven woonde de Deimannen, toen nog in de fase van de oude mevrouw Deiman met haar kostgangers had. Het gezin met jonge kinderen heeft Hans niet meegemaakt. Hoewel, - hij ziet de heer Deiman voor zich in het uniform van een PTT postbesteller. Dan brengt hij tante Thiebout, buurvrouw op nummer 8, ter sprake en ook die heeft nog steeds een bijzonder warm plekje. Zij werd kennelijk vertederd door de kleine Thea, want zij vroeg de peuter binnen om een kopje thee te drinken.  
Frans Willigenburg, van de overkant, was een paar jaar jonger, maar van zijn ouders heeft Hans nog wel een beeld. Ook weer heel aardige mensen. De heer Willigenburg was aanvankelijk vertegenwoordiger en later examinator rijexamens. Een gekende figuur in de straat was ook Ronteltap, leraar smid aan de ambachtsschool. Met een zoon zat Hans op de Aloysiusschool, maar bevriend waren zij niet zo. Groenteboer Bolleman, die dagelijks enkele klanten in de straat bediende, had een hondenkar. Heel zielig, vonden de meeste kinderen in de straat die trekhond.
De familie Vahrmeijer trekt in 1953 in het dan door de Hugens verlaten pand. Hoe weet Hans nu nog dat die Vahrmeijer een verfgroothandel aan de Koestraat heeft? Nu, eenvoudig omdat hij de heer Vahrmeijer halverwege de jaren zestig  weer tegenkomt in de Prins Hendrikstraat. Deze woont samen met mevrouw Boele en verhuurt kamers verhuurt, aan Hans.
De selectiviteit van een toch goed geheugen als dat van Hans is des te opmerkelijker als je bedenkt wat er niet is opgeslagen: de buren aan de andere kant, Van de Waart, (“was dat niet een lange man?”), de banketbakker van der Lippe en kapsalon Rie de Wilde (“ja vaag”).

Thea
Hans vraagt zich regelmatig af wat er van Thea zou zijn geworden en hoe zij er in de loop van de tijd uitgezien zou hebben als zij niet in haar peutertijd gestorven zou zijn aan een hersentumor; zij was nog slechts 2½. Wat een mooi kind was het als je zo naar haar foto kijkt. 
Op 9 februari 1945  moeten vader en moeder in allerijl naar het ziekenhuis vanwege de doodzieke Thea. Zij wordt geopereerd. Haar schedel wordt gelicht om de tumor te verwijderen, maar de operatie mislukt en zij sterft. In de verwarring blijft Hans in de box voor het raam alleen achter. Er is iets aan de hand op het Stationsplein. De Duitsers, het was februari 1945? Een vliegtuigaanval? Paniek? Wat deed het ertoe? Toch hoort dat bij deze ‘herinnering’, het verhaal zoals zijn moeder het hem later heeft verteld. Iemand van de Oosterlaan heeft de kleine Hans uit huis, uit de box gehaald en meegenomen. De man van dat gezin deed iets in gokautomaten. Punt. 
Maar als het gaat om iemand die in gokautomaten deed, was dat dan niet de heer Sleeuw, uit de Venestraat?  Die hadden een half jaar eerder een kind gekregen, Henk, en waren de naaste buren in die tijd, op nr. 12. De familie Pas woonde daarboven. De heer Sleeuw was waarschijnlijk een zzp’er en adverteerde als de Automaten Centrale en verbouwde grammofoons om er een platenwisselaar aan te koppelen. Tien tegen één dat hij ook als monteur die gokautomaten te lijf ging. Zou betekenen dat het niet iemand van de Oosterlaan was, maar de buurman uit de Venestraat, wel zo logisch. Er gaat niet meer dan een petieterig lichtje branden (“jah”), maar het lijkt Hans al met al wel zo waarschijnlijk. Thea is altijd Hans' kleine zusje gebleven.
Trouwens, de Sleeuwen hebben er niet lang gewoond, namen een hotel over in Coevorden en doopten dat Sleeuwerick. Zij maakten plaats voor Van de Waart, een opzichter somehow.

Oorlog
Hans heeft nooit geweten dat er Joden in de straat woonden en is ontsteld als hij hoort dat er 14 Joodse medebewoners nooit meer teruggekomen zijn, vermoord. En zijn vader was echt wel anti-Duits en lag onder vloer als er een razzia of zo dreigde om arbeidskrachten op te pakken voor de Arbeitseinsatz. Toch wordt hij opgepakt, op straat, en dan gaat mevrouw Hugen met een Ausweis waarop zijn geboortedatum is vervalst, naar de Duitsers om haar man vrij te krijgen. En dat is gelukt. 
Toch heeft Hans nooit een woord gehoord over de verdwijning van de Joden uit de Venestraat. Wat zegt deze zwijgzaamheid? Verdringing van de pijnlijke onmacht, vermengd met de blijdschap als de oorlog voorbij is, wellicht. 

Op een goed moment, Hans’vader was 67, en de familie woonde in de Luttekestraat, lieten de Hugens een bungelow bouwen in Ommen. Maar vader Hugen stierf plotseling en moeder Hugen wilde de bungelow niet meer en heeft de onafgebouwde bungelow verkocht, het huis en de winkel in de Luttekestraat verkocht en is naar Haarlem verhuisd. Hans is toen op kamers gaan wonen. Niet in de Venestraat.
Meer dan 30 jaar was Hans  P en O-functionaris belast met de salarisadministratie bij de regio IJssel-Vecht, woont nog steeds in Zwolle en geniet van het leven.
.




   



















  

dinsdag 29 oktober 2013

Johann Heinrich HAGENBEEK, arts

J.H. Hagenbeek heeft niet zo lang gewoond in de Venestraat, op nummer 14, nog geen vol jaar. Eigenlijk weet ik te weinig van hem om een bericht over hem te kunnen maken. Geen foto, altijd jammer.



Ik weet dat hij tamelijk jong stierf, in 1968 was hij pas 63 jaar.

Hagenbeek was afkomstig uit Vlaardingen en studeerde in Leiden.

Samen met zijn vrouw Jeukelina Ubbens (1911-1978), getrouwd in Bierum, kreeg hij twee kinderen, Hans (1934) en Anna (1936). Anna is hier in Zwolle geboren.

Hij verhuisde al gauw naar het kapitale pand aan de Eekwal. In de faits divers zij nog vermeld dat je in de jaren dertig kennelijk niet je auto goed kon afsluiten? Toen Hagenbeek z’n auto even onbeheerd voor de deur liet staan, ‘s avonds in het donker, is de auto gestolen. Maar toen werden die dingen nog teruggevonden.

Al met al was hij veertien jaar huisarts in Zwolle en hij is hier ook begraven.




Via Rotterdam (twee jaar bedrijfsarts) en Doorn (weer huisarts) gaat hij naar Den Haag waar hij zijn carrière bekroont als geneeskundig inspecteur voor kinderhygiëne, een baantje in de luwte zou ik denken. Misschien kampte hij reeds met een zwakke gezondheid.
Hij begon zijn loopbaan in Staphorst, in 1931 en daarover heeft hij zijn proefschrift geschreven. En dat moet een interessante dissertatie zijn.
Het Moederschap in Overijssel, luidt de titel van de dissertatie waarop Johann Heinrich in 1936 in Amsterdam promoveert, uitgegeven bij Tulp; de handelseditie kostte 2 gulden negentig cents.

In onderstaand In Memoriam wordt hij geprezen voor zijn niet aflatende ijver om de E.H.B.O. breed ingang te doen vinden






Dit is het bericht waaraan ik dat ontleen:

Oud-huisarts duikt in medisch Staphorst
18-12-2012 10:03 | Eelco Kuiken

Oud-huisarts duikt in medisch Staphorst -  


STAPHORST – Oud-huisarts in Staphorst Age van Dalfsen schreef in het ledenblad van de Staphorster historische vereniging over de geschiedenis van huisartsen in het Overijsselse dorp vanaf 1800. Foto Eelco Kuiken
Hij moest er heel wat uren voor in de archieven doorbrengen, bellen, mailen en verloren gewaande familieverhalen reconstrueren. In het themanummer ”Van heelmeester tot huisarts” van de Staphorster historische vereniging bracht oud-huisarts in Staphorst Age van Dalfsen alle huisartsen en heelmeesters die vanaf 1800 in Staphorst woonden en werkten in beeld.

Al wroetend in de archieven kwam Van Dalfsen (72), die nu in Zwolle woont, „bijzondere zaken” tegen. Zo bleek dat zijn oude dokterspraktijk begin vorige eeuw op illegale wijze tot stand was gekomen. „De toenmalige dokter Jan ten Raa verkocht zijn nering aan een opvolger, maar ging vervolgens vrolijk door. Het zorgde voor veel commotie en juridische toestanden. Er waren wel geruchten dat er wat aan de hand was geweest met mijn oude praktijk. Ik besloot het uit te zoeken. Het gerucht over deze diefstal was eigenlijk de aanleiding voor mijn onderzoek.”

Van Dalfsen is geïnteresseerd in de geschiedenis, zeker als het zijn vak betreft. Hij maakte de stamboom van heelmeesters en dokters van 1800 tot heden compleet. Ook keek hij naar de oude panden waar de dokters in werkten. Zelf heeft hij in de stamboom een prominente plek. Van 1968 tot 1996 was hij arts in Staphorst. Alle artsen staan met een begin- en een eindjaar vermeld. „Het bijzondere aan het onderzoek is dat je erachter komt hoeveel er is gebeurd tussen twee schijnbaar onbeduidende jaartallen. Daar gaan hele mensenlevens achter schuil.”

In 1971 maakte hij de beruchte polio-epidemie in Staphorst mee. Vijf kinderen stierven. Van Dalfsen stoorde zich enorm aan de afrekencultuur in de media. „Ik vond de mensen niet minder omdat ze besloten zich niet te laten vaccineren. Er waren heel veel mensen in Nederland die niet gevaccineerd waren. In Amsterdam waren het er destijds veel meer dan in Staphorst. Het had met geloof te maken, maar soms ook met slordigheid. In de hoofdstad was de bevolkingssamenstelling zeer divers. Het virus greep daardoor niet om zich heen. In Staphorst kon dat door de homogene bevolkingssamenstelling wel.”

Goede gezondheidszorg was er amper in het Staphorst van begin vorige eeuw. Huisarts Koetsier schreef over deze gemeente in 1925 een schokkend artikel in Tijdschrift voor Geneeskunde. Van Dalfsen kwam het in de archieven tegen. Het verhaal ging over een dysenterie-epidemie in Staphorst in de jaren twintig. Dertig doden vielen er toen. Koetsier had het over „kampongachtige toestanden.” Ook de voorloper van het huidige NRC Handelsblad pikte het verhaal op. „Wat ik wonderlijk vond, was dat de toenmalige gemeenteraad van Staphorst veel moeite stak in het aanpakken van deze krant, in plaats van werk te maken van de onhygiënische toestanden waar de arts over schreef”, zegt Van Dalfsen.

In de jaren dertig schreef huisarts Hagenbeek een proefschrift over de verloskunde in de gesloten Staphorster gemeenschap. In de archieven kwam Van Dalfsen verbijsterende cijfers tegen. De zuigelingensterfte in Staphorst bedroeg bijna 10 procent. Het gemiddelde in Nederland was toen 5,3 procent.

Zwollenaar Age van Dalfsen had het naar eigen zeggen reuze naar zijn zin in Staphorst. „Ik heb mij altijd verbaasd over het strenge geloof. Dat past volgens mij niet bij deze opgewekte mensen. Hun kijk op het leven past naar mijn idee niet bij hetgeen van de kansel komt. Er lijkt een contrast te zijn. Dat intrigeert me.”
s

donderdag 20 december 2012

HET GAAT EXPORTSLAGER NIJMAN NAAR DEN VLEZE

Als de eerste huizen gereed zijn voor bewoning wordt nummer 14 gekocht en betrokken door Gerrit Nijman en zijn vrouw Hermina Cornelia en vier kleine kinderen: eerste twee meisjes Johanna (geboren in 1905) en Pertronella (geboren in 1906). De twee jongens werden nog net allebei in hetzelfde jaar geboren Jan (geboren januari 1908), Tonny (Antoni Arnoldus oftewel A.A. geboren december 1908). 

Uit deze foto is op te maken dat de Nijmannen van het platteland komen, ook al heet het (toen) Stad Hardenberg waar zij vandaan komen. Nu zal Zwolle ook nog wel niet zo steeds zijn geweest dat het voor de kinderen Nijman een onoverkomelijke overgang is geweest. Ongetwijfeld zullen zij de familie die in Hardenberg en Heemse is achtergebleven, het meeste missen.
Nog zo'n prachtige familiefoto.
Gerrit en Hermina Cornelia staan op de achterste rij rechts. De dochtertjes Annie en Peet zitten samen op de voorgrond rechts, de kleine Tonny daarnaast met het lint in z'n nek en Jan zit tussen de knieën van zijn grootvader. 
De heer E. Wolbink, heeft in het tijdschrift van de Historische Vereniging Hardenberg een prachtig, goed gedocumenteerd artikel geschreven over de lotgevallen van deze familie. De website van deze vereniging is hier te vinden: http://www.historiekamer.nl/ en het artikel over de Nijmannen Exportslagerij 'Hardenberg Bacon Factory' (met als ondertitel: Nijmans vleesverwerkende industrie) is terug te lezen in Rondom den Herdenbergh, het schitterende blad van de vereniging.   

Bij wijze van samenvatting het volgende. Gerrits vader Jan was een ondernemer, een handelaar. Hij was pas 22 toen hij een grutterswinkeltje begon maar al gauw ging vlees verwerken en verkopen, zowel in z'n eigen winkel maar vooral naar andere plaatsen. Hij legde zich toe op de handel in vette varkens en startte een exportslagerij. Via het tramstation van de D.S.M. in Heemse ging het transport naar het westen. Ik kom nog te spreken over de Noordooster Lokaalspoorweg omdat de Venestraat ook enkele belangrijke mannen huisvestte die aan dit legendarische project hebben gewerkt, maar mooi dat we de transportverbindingen die deze spoorwegmaatschappij gebouwd heeft, hier bij de Nijmannen al tegenkomen: hoe een goed transportsysteem de ontwikkeling van het achterland bevordert. Vanaf 1904 ging het vervoer van de Nijman-producten met deze spoorweg.

Enfin, Jans oudste zoon is 'onze' Gerrit, geboren in 1882. Woolbink schrijft dat Gerrit dezelfde handelsgeest bezat als zijn vader. Gerrit ging in de zaak, trouwde in 1901 met Cornelia en nam in 1904, nog maar 22, het bedrijf grotendeels over van zijn vader. Er werd een nieuwe fabriek gebouwd in Hardenberg waarvoor een kapitaal- en hypotheekovereenkomst werd gesloten met de firma Buisman, Gratama en Co. En die Buisman kenden we al. De fabriek ging in 1907 in productie. 
In de faits divers uit die tijd komt ook het bericht  voor dat Gerrit een ruwe bonk was, althans hij wordt nota bene door de arrondissementsrechter veroordeeld voor belediging. Hij moet een boete betalen van twee guldens of twee dagen brommen.
Toen er een uitbreiding van de fabriek kwam in de vorm van import en export van Amerikaanse vetten en vlees, verhuisde Gerrit met zijn gezin naar de Venestraat in 1915, nr. 14. Hier heeft hij maar een paar jaar gewoond want toen het hem naar de vleze ging, is hij pas echt op stand gaan wonen aan de Veerallee (nr. 34 2) 
Daar zal hij maar heel kort hebben verbleven want hij koos ervoor om terug te gaan naar Hardenberg toen zijn ouders naar Heemse verhuisden en het ouderlijk huis beschikbaar kwam voor zijn gezin. Maar om een lang verhaal kort te maken, het gezin was erg onrustig en heeft daarna in Voorburg gewoond aan de Laan van Middenburg, in Den Haag aan de Wassenaarscheweg. In 1925 staat Nijman ingeschreven met een nieuwe vennootschap N.V. G. Nijman & Co's Meat Trading Company, gevestiugd aan de Wijnstraat in Rotterdam, met de Claes de Vrieslaan als privé woonadres. Het kantoor is van 1925 tot 1935 is gek genoeg in de Zwolse Van Nagellstraat, op nummer 21. Dat is het eerste hoekhuis vanaf de Zeven Alleetjes, naast dat prachtige pand van Broekema (nr.19)
Dan is er van alles aan de hand in de in- en uitvoer van vlees, zoals overigens nog steeds, met importverboden al of niet vanwege protectie van de eigen nationale bedrijfstak in de VS, Verenigd Koninkrijk of elders, of anders onder het mom van de volksgezondheid. Nijman moet zich voortdurend aanpassen en loopt risico's. Hij krijgt met zijn gesjacher de bijnaam 'witte jood'. l
Om een steviger basis te krijgen gaat hij in 1929, een fusie aan met een Brits bedrijf: de 'Hardenberg Bacon Factory' wordt geboren.
Dan komt ook een einde aan de omzwervingen van het gezin: het gaat op 30 april 1930 terug naar Heemse, waar vader Jan is overleden.
Nu duikt Tonny weer op. Die is nota bene in 1931 getrouwd met Bernarda Adolfina Feberwee., die hij ontmoet heeft tijdens zijn studie aan de koloniale Landbouwschool. Jan, de oudste zoon van Gerrit, had eerst het bedrijf overgenomen maar was vertrokken richting Eefde om de vleesfabriek van Meester in Wijhe over te nemen. 
Tonny redt het niet. Weer alle mogelijke perikelen aan de grenzen maar ook de schommelingen in prijzen op de wereldmarkt en bovendien is het nu wel echt crisis. In mei 1939 komt alle activiteit stil te liggen en wordt alle personeel ontslagen. Tonny verhuist naar Rotterdam en gaat wat anders doen. 
Gerrit overlijdt in 1942, niet erg oud geworden, amper 60. (Hermina twintig jaar later.) Op 28 augustus 1943 wordt de N.V. ontbonden. Tonny is 36 als hij op 26 maart 1946 overlijdt.
De familie heeft maar kort in Zwolle gewoond, in de Venestraat en nog korter aan de Veerallee, maar bracht daarmee in deze geschiedenis van de Venestraat toch een opmerkelijk verhaal in over initiatief en beweging. .


zondag 16 december 2012

HERBERHOLD nagekomen


In zijn pre-Zwolse periode in Leeuwarden is Herhold nog ver van zijn latere vooral in Utrecht behaalde succes: in Leeuwarden is hij handelaar in slachtorganen.



In Leeuwarden kan hij zijn draai niet vinden. De aanloop in Zwolle is ook al niet veelbelovend. 





En als klap op de vuurpijl. 



Herberhold begint aan de Nieuwe Marktnummer 29 een fietsenzaak.  Dat is tegenover de zijgevel van het oude postkantoor. Iets nieuws voor hem. Hij houdt het weliswaar hier in Zwolle niet lang vol, maar hij heeft de smaak van de de fietsen te pakken en gaat op dat chapiter door na zijn verhuizing naar Utrecht.

Hier zien we Herberhold toch als een geslaagde zakenman. In Utrecht te midden van zijn mede-rijwielfabrikanten die een verbond zijn aangegaan. Dit is het BRHN-bestuur:  de Bond van Rijwielherstellers en -handelaren in Nederland





zaterdag 15 december 2012

HERBERHOLD (Venestraat 14 van 1916 tot 1921) koopman, fietsenbouwer en batterijfabrikant


Zo langzamerhand wordt duidelijk dat de Venestraat een zeer interessant gezelschap huisvestte. Hoewel hij hier niet lang gewoond heeft, is de passage van Caspar Herberhold in de Venestraat op nummer 14 memorabel.
Caspar Paul Herberhold (Wadersloh 27/01/1885 - Utrecht 10/02/1967) was een Duitse immigrant, getrouwd met Anna Maria Agnes zur Lage (30/01/1891 - 4/05/1973)
Na hun huwelijk immigreerde de familie in 1915 naar Nederland waar het echtpaar zich vestigde in Leeuwarden. Anna bracht één kind ter wereld (januari 1916); de jongen werd helaas dood geboren. 

In 1916 verhuizen zij naar de Venestraat 14 in Zwolle. 
Herberhold heeft tal van handeltjes en probeert menige startup. In zijn Leeuwardense periode hield hij zich vooral bezig met slachtafval.



Maar ook in Zwolle laat hij zich aanvankelijk in het telefoonboek (nr. 717) inschrijven met "Slachtorganen Export". Hij gooit evenwel dadelijk het roer om .In het volgende telefoonboek is het "koopman". 


Men kan te kust en te keur gaan bij de selectie van advertenties met 'aanbiedingen':






Dat het Caspar en Anna hier niet echt goed lukt is te lezen in dit (zakelijke) faillissements bericht uit augustus 1918.

Na het faillissement startte Herberhold in 1921 een nieuwe zaak, ditmaal een detailhandel in fietsen en bromfietsen, om zich weer eind 1921 uit te laten schrijven uit het KvK register, waarna de familie verhuisde naar Utrecht. 


In Utrecht ging het veel beter. Hij begon er een fietsenzaak en samen met zijn zwagers, de eveneens van oorsprong Duitse broers Franz en Ernst Zur Lage, werd deze zaak al gauw uitgebreid met een rijwielgrossierderij. De fabricage van elektrische batterijen was aanvankelijk een ondergeschikte nevenactiviteit, maar in 1926 werden de zaken gesplitst in de rijwielhandel engros Gebr. Zur Lage en de Batterijenfabriek Herberhold. 

Rob Zur Lage is familie van de heer en mevrouw Herberhold. Hij heeft me hun familieverhaal uitvoerig verteld. Het lofgedicht dat Clinge Doorenbos over Herberhold en zijn echtgenote heeft gemaakt heb ik te leen gekregen en gescanned. Van het het Zurla fietsplaatje had Rob een duplicaat en dat is gegaan naar een mij bekende fietshistoricus en krijgt ongetwijfeld een museale behandeling.




In het relaas van Rob trof mij bijzonder zijn beschrijving van de enorme impact de rechtzaken tegen  Herberhold ná de oorlog op beschuldiging van collaboratie gehad hebben op niet alleen de hoofdpersoon Caspar Herberhold maar zijn hele familie. 



Wie Delpher raadpleegt ziet enige tientallen berichten van vooral het |Nieuw Utrechts Dagblad (maar ook een groot aantal kranten uit het hele land) waarin het proces tegen Herberhold nauwkeurig wordt gevolgd. Hij moet voorkomen voor een Tribunaal. Ergens halverwege beklaagt de voorzitter-jurist zich  dat deze ingewikkelde zaak door hem en niet niet door het veel beter geoutilleerde Bijzonder Gerechtshof wordt behandeld. 








Vier volle dagen duurt het proces en een enorme stoet van getuigen passeert. Overduidelijk is dat het personeel en bloc achter de directeur staat en in grote getalen het proces volgt. Zij zijn ten volle overtuigd van de 'goede' vaderlandse houding die deze Duitser van geboorte heeft laten zien en die beslist geen nazi-sympathieën had.
Maar de moeilijkheid is dat Herberhold die voor grondstoffen van Duitsland afhankelijk is en een product levert waar het Duitse leger grote belangstelling voor heeft (batterijen), enorm moet laveren , geven en nemen, schipperen of hoe je het ook wil zeggen om zijn fabriek te behouden, de Duitse autoriteiten dan wel niet 'te vriend' te houden dan toch niet tegen zich in het harnas te jagen en intussen zoveel mogelijk het verzet te steunen, personeelsleden in het goede spoor te houden, te beschermen tegen tewerkstelling in Duitsland. In de eerste aanleg interpreteert de voorzitter van het Tribunaal de manoevres van Herberhold onwelwillend als kwaad-aardig gedrag. Hij maakt gebruik van het zgn. PRA, de politieke Recherche Afdeling, en de niet zeer verfijnde opsporingstechnieken van deze dienst. Die (oud-)personeesleden onder druk, door ze te intimideren en ook door ze te interneren.



De verslaggeving van bijvoorbeeld Het Vrije Volk laakt de machinaties van deze dienst openlijk. Het Nieuw Utrechts Dagblad en ook het Utrechts Nieuwsblad (dat niet via Delpher, maar zelf haar eigen archief heeft gedigitaliseerd en opengesteld) weet dat onder haar lezers de sympathisanten van Herberhold zitten, en is dan ook wel kritisch maar durft de onschuld van Herberhold ook niet expliciet te poneren. 
Enfin, het wordt gaandeweg duidelijk dat de 14 maanden dat Herberhold gevangen heeft gezeten zich niet verhoudt tot de hoe dan ook onvrijwillige en beperkte leveranties aan Duitse militaire organisaties. Verwarrend voor het Tribunaal is het gewiekste optreden van Herberhold naar de Duitse bezetters (niet altijd even goed begrepen door zijn naaste medewerkers), waarbij hij bovendien ook zó  tactisch te werk ging dat hij een effectieve omgang met deze welbeschouwd vijandige militaire opdrachtgevers/afnemers paarde aan zowel subtiel verzetswerk (financieel en met onmisbaarheidsverklaringen) als aan het op peil houden van de rentabiliteit van zijn bedrijf. 


Net als je denkt dat het intelligente pleidooi van de verdediging op z'n minst voldoende twijfel heeft gezaaid aangaande de houdbaarheid van het ten laste gelegde, en Herberhold in afwachting van de uitspraak de gevangenis mag verlaten, volgt er een zware veroordeling. 


Zijn rehabilitatie volgt in Hoger Beroep. Dit is het begin


































En zo waren er 29 zittingen van beide rechtsprekende organen nodig om tot bovenstaande conclusie te komen. En als wij eens wisten hoeveel rotzakken zich helemaal niet hebben moeten verantwoorden.
Slotwoord. (Jammergenoeg weet ik absoluut niet meer wat de bron is van de volgende beweringen. Wie dit leest en het weet, mail me dat alshetublieft.) In welk 'politiek spel' was Herberhold een pion?
 
 C.P. Herberhold was eigenaar-directeur van de beroemde ‘Witte Kat’-batterijenfabriek in Utrecht. Hij werd ervan beschuldigd steun te hebben verleend aan de Duitse bezetter. In februari 1947 drong minister van Economische Zaken Huysmans er bij zijn collega van Justitie Van Maarseveen op aan Herberhold vrijuit te laten gaan, onder andere omdat het leger in Nederlands-Indië zat te springen om Witte Kat-batterijen. Van Maarseveen zei echter niets te kunnen doen.

In april 1948 werd het hoofd van de Utrechtse afdeling van de Politieke Recherche Afdelingen Collaboratie, Van Gool, die zich met de zaak Herberhold bezighield, gearresteerd op verdenking van corruptie. Na een hechtenis van zeven maanden bleek Van Gool onschuldig te zijn en hij beweerde er door Van Maarseveen te zijn ingeluisd. Van Gool zou namelijk bewijs hebben gehad dat Van Maarseveen in de oorlog bij zijn vriend Herberhold thuis menig uurtje verpozend had doorgebracht met enkele Duitse officieren. De hele manoeuvre had uiteindelijk als resultaat dat de zaak tegen Herberhold werd geseponeerd.


Terug naar de batterijen. Toen (begin 20e eeuw) sprong Herberhold in de de race naar sterke, gemakkelijk te hanteren en liefst overal bruikbare (niet per se duurzame!) batterijen.Die hadden toen ook al veel toepassingen. Nu is opnieuw een wereldwijde race gaande waarin ontwerpers, ingenieurs en uitvinders uitgedaagd worden om met behulp van een steeds nieuwere, krachtigere generatie accu's en batterijen steeds snellere technologische vernieuwing te ondersteunen. Het fundamentele energievraagstuk lijkt nog lang niet opgelost. 
Leuk om te weten dat op mijn werkkamer nu Caspar Herberhold de basis heeft gelegd voor zijn latere succes.  

Hij heeft naam gemaakt met de alom bekende Witte Kat-batterijen.


Er is zelfs een virtueel museum aan dit fenomeen gewijd. Aan de schepper daarvan ben ik ruimschoots schatplichtig:  http://www.witte-kat-batterijen.nl/

Ook verwijs ik graag naar een nieuwe website https://artsandculture.google.com/story/van-fietsfabriek-tot-beroemde-batterij-nemo-science-museum/tgXhuqFlsE7GJQ?hl=nl een bescheiden ode aan dit fenomeen. 


Deze foto staat in een boekje dat de dichter Clinge Doorenbos samenstelde bij de 75ste verjaardag van Caspar Herberhold, tevens zijn afscheid van het bedrijf. 
En hoe progressief, Herberhold te midden van een deel van zijn personeel bij een soort sportieve teambuildingsdag. 




Hieronder is te zien dat de fabriek van Herberhold in de Utrechtse binnenstad gesloopt wordt. De fabriek gaat naar een zielloos industrieterrein.



Zou toch prachtig gepast hebben in het rijtje van de verffabriek van Klinkert (Hertenstraat, nu appartementen), de sigarenfabriek van Jansen (nu 'Mosterdfabriek'), de sigarenfabriek van Dijk (later Bodewes en Röben, nu gesloopt) en de rijwielfabriek van Uitdenbogaard in de Tuinstraat (nu appartementen).









En wat de fietsen-poot betreft, op jaarbasis werden er zo'n 1.000 Zurla-fietsen gemaakt. Rond 1970 stopte Zur Lage met het assembleren van fietsen. Omdat de locatie in de Utrechtse binnenstad voor vrachtwagens steeds onbereikbaarder werd, verhuisde Zur Lage in 1979 naar een in Nieuwegein gelegen industriegebied, vlak bij de gemeentegrens met Utrecht. In 1986 werd het bedrijf verkocht aan rijwielgrossier Smits uit Capelle a/d IJssel, die de grossierderij uiteindelijk begin 2008 opdoekte.


En dat het toch echt een leuke man geweest is die op nummer 14 in de Venestraat woonde, blijkt ook uit dit bericht uit het Utrechts Nieuwsblad




  • In Clinge Doorenbos'lofdicht werden uiteraard ook de lekenrechters gelaakt die Herberhold na 14 maanden gevangenis veroordeelden tot 4 jaar. Dat werd later zoals hierboven gezien ongedaan ghemaakt, maar die 14 maanden gingen niet in de koude kleren zitten.