Posts tonen met het label Frans Schalij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frans Schalij. Alle posts tonen

maandag 7 april 2014

EBO EN MEINTJE BOS


EBO EN MEINTJE BOS

"Frans Schalij van nummer 12 was een een clevere en welbespraakte knaap. Hij had een paar klassen overgeslagen op school. Het was dan ook logisch dat hij de voorzitter was van ons club “De Mollen”. Ons clubhol was onder het huis. In het zand dat daar lag."


Vader en moeder met Ebo en Meintje, in het midden Jan, Nico en Jur


Nog steeds is het zo bij de even huizen in de Venestraat dat als je de hardstenentrap op ging, je voor de voordeur staat. En als je daarnaast de gemetselde trap afgaat, sta je voor de deur naar het souterrain, dat dienst deed als bijkeuken, washok en fietsenstalling. Maar je kon van daar ook in de kruipruimte onder de huiskamer komen. Daar lag een berg bouwzand en daar kon je prima een clubhol maken. Voor De Mollen.
Eigenlijk was oudere broer Nico bevriend met Frans, maar de tweeling was dus volop aanwezig. Nico was een gelijkmatig type en Frans vond de springerige tweeling wel zo leuk. Bovendien was Nico meer in technische zaken geinteresseerd en Frans was meer de jonge intellectueel met een romantische levensbeschouwing. En zodoende sloot hij beter aan bij de tweelingen Ebo en Meintje hoewel die wel drie jaar jonger waren.

Kristallen luchter uit de voorkamer van het ouderlijk huis 
De familie Bos heeft heel lang op nummer 16 in de Venestraat gewoond. (Overigens heeft de familie een half jaar op nummer 7a gewoond, tót de eigenaar van 16, de joodse meneer Samson?, hen uitnodigde te verhuizen naar nummer 16. Omdat ze zo'n keurige indruk hadden gemaakt.) Later heeft de fam. Bos het huis alsnog gekocht.
Er zijn fantastische foto's overgeleverd: in de tuin en op straat voor het huis, allemaal nr. 16. Jammer genoeg niet van het interieur. Dus gevraagd hoe het er van binnen uitzag. Het zag er een beetje antiek uit, misschien wel een tikje museaal. Anders dan bij anderen. En dat was omdat vader Bos een voorkeur had voor grote schilderijen, kandelaren en kristallen kroonluchters. Dat soort dingen.
Meintje heet al vele jaren Gietema-Bos en woont in Zwartsluis. Ebo woont tegenwoordig in Vollenhove en dat is op fietsafstand. Een echte tweeling. Zij vullen elkaar aan en zijn het eens.
Hij, de heer Bos, was een kwaliteitsbewuste man, met gevoel voor humor. Hoofdvertegenwoordiger in kledingstoffen voor de gebroeders Zwartsenberg, in Stadskanaal. Hij reisde met stalen. Engelse stoffen. Per trein bezocht hij zijn gegoede klanten én kleermakers. Als hij vertrok -hij had een spoorabonnement- bracht mevrouw hem naar het station, met de valies achter op de fiets.  Mevrouw Bos kwam uit Sappermeer, had een goede opleiding genoten aan een kostschool, was de klusjesvrouw in huis.  
De familie Bos was gereformeerd en kerkelijk zeer meelevend. vader Bos was dan ook ouderling. Op zondag werd er niet op straat gespeeld en werd er gezongen bij het (trap)harmonium en werden er verder spelletjes gedaan aan een speciale spelletjes tafel.


Nico staand en Ebo en Meintje, 1937












Van vader Bos is eigenlijk niet zoveel meer te vertellen. Eén anekdote slechts over voor die tijd gewaagde grap. Verder was het een opgewekte, keurige man die zijn verantwoordelijkheden kende en niet gebukt ging onder de plichten jegens gezin, zijn werk en zijn kerk. En dan toch deze grap. Daarvoor moet je weten dat de familie Bos en de familie Dijkstra twee kippenhokken-onder-één-dak hadden. Bos is toen over het kippenhok de tuin van de Dijkstra's ingeklommen. Hij zal wel geweten hebben dat die niet thuis waren. Hij heeft toen een roos uit eigen tuin in het kruis gestoken van de hier aan de waslijn wapperende, ruimbemeten onderbroek van mevrouw Dijkstra. Die vond dat onverdraaglijk. Als mevrouw Dijkstra tijd van leven had gehad, veronderstellen Ebo en Meintje, zou haar verontwaardiging tot op de dag van vandaag onverminderd zijn aangehouden.









Maar de relatie met de buren was en bleef heel goed. Want de enige brief die althans ik onder ogen kreeg van de ene buur aan de andere was van de heer en mevrouw Bos aan de familie Dijkstra, een condoleance brief eigenlijk toen duidelijk was dat Coen gestorven was in Neuengamme.


(Twee pagina's hiertussen sla ik over)


Kennelijk is er wel een gedeelde kennissenkring en jarenlange nabuurschap, maar Bos schrijft wel nog steeds 'U'.

Meintje is ooit door mevrouw Burbach van de overkant op straat aangeschoten met het verzoek een figurantenrol te komen spelen in een toneelstuk waaraan zij zelf ook meedeed. En Meintje hééft ook inderdaad meegespeeld. Zij herinnert zich het niet als een triomf of een doorbraak, want de opvoering was in het openlucht theater in het Engelse Werk en het regende zeer verschrikkelijk. Dauw over de velden, heette het stuk.
De papegaai van mevrouw Klinkert, die precies mevrouw Bos nadeed als die het dienst,meisje riep of haar man: "Alie!". "Ebo!" En het rare accent van de Duitse mevrouw Klinkert, toch al een onaardig mens.
Het oude stel Lindeboom, mevrouw altijd in diepzwart, "omdat zij zo christelijk was".
En hoe je een bal van het dak van de Apostolische Kerk haalt, of via het Kinderhuis of via het huis van de bevriende familie van Gaalen. Met één van de beide zoons speelde Ebo wel.
Jan Beekman, van het hoekje met de Oosterlaan, die later veearts werd.
O ja! De Jong de pianostemmer. "Daar lazen we de krant mee". Met twee zoons. Eén was fout in de oorlog, Jaap zat bij de NSB. En Arie die wel okay was, onderwijzer.
De Willigenburgs, die heel vaak gingen tennissen.
De oude mevrouw Van Munster en de familie van der Waart met hun dochter Ans, een speelkameraadje van Meintje.
De Duitsers die zo dol waren op de marsepein in de winkel van Van der Lippe.
De kibbelende vriendinnen Elly van der Lippe en Els Hibbel, die samen wel uit wandelen gingen met de tweeling Ebo en Meintje.
Bij Elly van der Lippe achterop de fiets om naar de Canadezen te gaan kijken. Elly, ouder, keek al naar jongens en was onder de indruk van die knappe jongens. Meintje had meer belangstelling voor de koekjes en de chocolade. Elly rookte een Canadese sigaret, Players..
Ebo spreekt nog met enthousiasme over de Nortons en de jeeps, de geur van benzine en het geluid van de motoren.
De Canadzen die in de straat waren ingekwartierd..
Elly had bovendien op 14 april de bevrijding aangekondigd. De familie Bos zat al een paar dagen in de kelder vanwege de vijandelijkheden en het voortdurende luchtalarm, tot Elly van der Lippe riep: "Meintje, Meintje, we zijn bevrijd."
De vlaggetjes die in de Venestraat van de ene kant naar de andere werden opgehangen vanwege de bevrijding.
Ravotten in de tuinen van de Terborchstraat. Hutten bouwen daar want het was er een wildernis.
De trouwerij van de dochter van de familie Van der Pol van nr. 27a.

Versnipperde herinneringen aan buren, aan gebeurtenissen. Waarom het ene wel bovenkomt en het andere niet? Als de namen vallen van de verschillende bewoners, veren ze allebei op. Ebo en Meintje waren beide onder de indruk van het plotselinge overlijden van meneer Pas. Uit piëteit mochten ze niet buitenspelen.Mevrouw Pas, dan weduwe, ging staatsloten verkopen. Ronteltap van de Ambachtschool. Langemeijer naar wie de ir. F.S. Langemeijerschool is genoemd. Kijk, dat weet Gerrit Gietema, de man van Meintje, want die heeft zelf met succes op die school gezeten. Mevrouw Guilliams, die samen met de dames Wolff woonde. Mevrouw Guilliams stamde af van Hugenoten (?!) Volgens Ebo was het niet "de gezusters Wolff". Ja, of er was één van de twee al overleden. Want één van de twee dames was 'in hun tijd' mevrouw Guilliams, en die was ook de sterkst aanwezige. Ebo en Meintje gingen wel bij de dames op bezoek, bijvoorbeeld om druiven te brengen. En als er ziekte was, ging mevrouw Bos soep brengen. Ouwerwetse verhalen eigenlijk, maar niet minder beeldend.Of een bloemetje. Of een toetje. Als er iets bijzonders was bij iemand. Mevrouw Bos dus. Een lieverd, bevestigen Ebo en Meintje.

En dan verspringt het beeld, dit keer naar de familie Hugen, nr. 10. Meintje weet ineens dat mevrouw Hugen in de Luttekestraat een winkel in foundation had, waar haar moeder wel kocht. En dat deze familie een kind verloor. Meintje was door mevrouw Hugen binnen gevraagd om naar haar dochtertje Thea te komen kijken, in haar kistje, als een pop. Bijzonder, intiem moment.

Bevrijdingsoptocht met links een dochter Van der Moolen, Nico Bos in het midden en een onbekend meisje

Er is nu toch een verschil tussen Ebo en Meintje. Meintje zal gevoeliger zijn geweest als kleuter voor het drama, want nu komt zij steeds als eerste met haar herinnering aan deze dramatische gebeurtenissen.
Zij heeft ook staan kijken hoe op nummer 2 haar (joodse) speelkameraadje Marcus (Broekman) werd meegenomen door de Duitsers, om nooit meer terug te komen.
Ook is een verzetsman van huis opgehaald in de Hertenstraat. Sietzema kan het niet geweest zijn, maar wie dan wel.
De oorlog komt regelmatig terug. Vanuit het dakraam keken de broertjes Bos hoe de vliegtuigen het station aanvielen. En waar de brisantbommen waren gevallen: in de Oosterstraat en in de Elbertstraat. Maar toch nooit in de Venestraat zelf.
Angst. Op z'n minst grote bezorgdheid toen vader ineens opgepakt werd vanwege een wel buitengewoon valse Apostel. Op een zondag namelijk vond er een razzia plaats, die door de Bossen ternauwernood ontlopen was. Toen even later de Het Apostolisch genootschap naar buiten kwam, waarschuwde vader Bos een hem bekende jongeman voor de razzia. Niet wetende dat die man een wolf in schaapskleren was, NSB'er was. Die pakte hem ter plekke op en Bos belandde in het Huis van Bewaring, waar hij zich met veel moeite uitgekletst heeft.
Nota bene Piet, de oudste broer, inmiddels overleden, heeft een dagboek bijgehouden van het oorlogsgebeuren in Zwolle. Waar zou dat gebleven zijn. Ergens in een archief.
Overigens was er ook wel een soort voordeel van de oorlog. De mensen waren meer thuis en daardoor was het ook wel intiemer, voor je gevoel. Bovendien kon je geweldig spelen op straat, want zeker toen en ook nog een poos na de oorlog waren er geen of vrijwel geen auto's.

Vader en moeder Bos stimuleerden hun kinderen bij hun studie sterk. Er was zelfs iemand op kamers op zolder om inkomsten te hebben voor het studeren van zoon Piet aan de Vrije Universiteit. Hij is als chemicus zelfs gepromoveerd. Tweede zoon Jur heeft het lyceum bezocht.
Een tweede speerpunt in het educatieve programma waarmee de kinderen Bos opgetuigd werden, was de muziek. Minstens één jaar gingen zij op muziekles. De tweeling heeft er het meeste baat bij gehad. Meintje is een geschoolde sopraan, straks te beluisteren in het Caeciliakoor in de Dominanenkerk bij de uitvoering van de Mattheus Passion. Zij had van haar 16de tot haar 62 zangles.
Ebo is verdienstelijk jazz-pianist, die in contact stond met Misha Mengelberg. Hem ooit zijn muziek toestuurde en later via via begreep dat Misha zijn muziek had kunnen waarderen. In Zwolle had je de Jazz Federatie, die voor de jazz zorgde in Urbana en de Buitensociëteit.
Vader Bos zong ´s ochtends vroeg met luider stemmen psalmen in de keuken.
Het harmonium werd later een piano. En één van de oudere jongens speelde citer.
"Het was altijd heel gezellig bij ons thuis". En de ouders gingen veelvuldig op visite en dan hadden de kinderen het rijk alleen, om naar muziek te luisteren.








dinsdag 1 april 2014

HENK SLEEUW sr. , FRANCIEN MENGER, HENK SLEEUW jr. en FRANS SCHALIJ

FRANS SCHALIJ VERTELT

Maar eerst nog mijn eigen feitelijke vondsten. Henk Sleeuw (1916 – 1999) komt in april 1941 in de Venestraat wonen, met zijn zeven jaar oudere vrouw Francien Menger waarmee hij zojuist getrouwd is, en twee kinderen uit een eerder huwelijk van Francien Menger (1909 – 1991): Frans Schalij en zijn zusje Berthe. Hun vader was de directeur van de Deventer Schouwburg, die later hertrouwt en uit dat huwelijk komt Frans' halfzusje Mabel Schalij voort die hier in Zwolle lange tijd directeur van de de Culturele Raad Overijssel was en in die functie ook wel mijn pad heeft gekruist. Maar dat staat allemaal los van de Venestraat en de Sleeuwen.
Enfin, in de Venestraat wordt op 9 januari 1943 een zoon geboren, Henk Sleeuw jr., halfbroer van Frans en zijn zusje Berthe die trouwens Pop wordt genoemd.
De familie woont bijna vijf jaar op nummer 12. Of is het korter? In de Gemeentelijke Basis Adminsitratie staat als begin- en einddatum vermeld resp. 23 april 1941 en 31 januari 1946. Volgens de reconstructie die Frans maakte was het geen vijf jaar maar drie jaar. Het laatste oorlogsjaar heeft de familie in de Deventerstraat (Van Karnebeekstraat) doorgebracht, herinnert hij zich. 
Wat weten we van deze familie en hoe is het hen vergaan.
Henk Sleeuw sr. is in het bevolkingsregister ingeschreven als monteur. Er is een advertentie overgeleverd waarin Henk aanbiedt platenspelers om te bouwen met een platenwisselaar. Maar eigenlijk is hij in deze jaren een zzp’er met een eigen bedrijf: de Overijsselsche Automaten Centrale. Dit bedrijf plaatste en exploiteerde speelautomaten. 

Hotel Sleeuwerick voor het station in Coevorden
Toen de familie Sleeuw de Venestraat verliet, in januari 1946, verhuisde zij naar de Oosterlaan.
In 1955 kocht Henk Sleeuw een bestaand, vermaard  hotel in Coevorden, hotel  Van Wely, verbouwde het en doopte het Sleeuwerick. Een naam die nu nog door de Coevordenaren wordt gebruikt. Na vijftien jaar zag  Sleeuw er geen brood meer in en verkocht het.
Maar de naam Sleeuwerick is daarmee niet van de aardbodem verdwenen, want duikt op in Monaco.
Terwijl Henk Sleeuw op Tenerife is overleden in 1999, is Henk Sleeuw jr. kennelijk actief met ‘creative & commercial projects’, location Monaco in de sector Industry Marketing and Advertising. Dat het de Venestraat Henk Sleeuw is, blijkt uit een tweede google-hit, waarin Henk Sleeuw ‘the owner’ is van  de SLEEUWERICK Property Evaluation, location Monaco in de sector Industry Real Estate.


Dan staat Frans Schalij, (stief) zoon van Henk sr. en Francien Menger, en halfbroer van Henk jr. voor de deur.
Frans kan over zijn halfbroer niet veel vertellen want heeft met hem geen (regelmatig) contact.
Ik vertel dat ik ontdekt heb dat Henk jr. in 1977 vanuit zijn toenmalige woonplaats Hilversum te paard naar Parijs is gereden. Er is namelijk een radiofragment bewaard gebleven waarin over de vier weken durende en 600 kilometer lange tocht verslag gedaan wordt.
En alsof dat nog niet genoeg is wordt er in de Telegraaf ook enthousiast verslag gedaan van de voortzetting van Parijs naar Monaco, waar hij dan kennelijk is blijven hangen.
Sjonge, deze avontuurlijke man wiens wieg in de Venestraat stond!
Hij was mede-eigenaar van een manege in Hilversum, maar verdiende zijn geld dus in de reclame-wereld als tekstschrijver.







Henk Sleeuw jr. trekt de aandacht met zijn rit te paard  via Parijs naar Monaco
Op het internet zoekende naar een recente connectie kom ik deze foto tegen. Zo ongeveer moet de Henk Sleeuw er tegenwoordig uitzien wiens wieg in de Venestraat stond. En het lijkt of hij daar ook een zoon heeft. Althans er is een Henk Sleeuw die even sportief is als zijn vader en grootvader want komt uit in een tafeltenniscompetitie in Monaco.Ja, ja, er lopen lijnen vanuit de Venestraat over de hele wereld.
Op een Franstalige site van de stad Deventer kom je ook oproepen van Henk Sleeuw tegen:
www.annuaire-mairie.fr/ville-deventer.html en via zijn profielfoto kom je dan op zijn facebook-pagina: Die Henk Sleeuw komt inderdaad uit Zwolle, woont in Monaco en zat in 1964 op het Baarnsch Lyceum. En op die pagina staat ook een jongere Henk Sleeuw, maar ja dan raken we wel ver van huis.  Tot slot nog een tekstje van de tegenwoordige Henk Sleeuw van het internet: "Very Good indeed !!! I’ve been in advertising over 25 years as copywriter and TV-program(Ideas) maker in Holland. Now living here in Monaco I see SO many lost tourists walking around completely lost because it seemd SO small and you walk SO long, and the children SO tired. that I am working on a site with Brainhost (Sorry) to start with knowledge about FINANCE. As you may know, Monaco is TAXFREE well, that’s what “they say” And you just delivered me all the details necessary to make it work. Will this do as an answer ? (part from mistakes in English) So thank you very much   henk sleeuw (augustus 2012)
.
Tot zover Henk Sleeuw
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Maar dan wordt het nu tijd om Frans (1934) aan het woord te laten. Hij is tachtig, maar dat geeft echt niemand hem.

Frans Schalij voor Venestraat 12, let op de getraliede kelderlichten

 Hij heeft een bijzonder levendige voordracht, heeft veel oog voor het smaakmakende detail en formuleert scherpzinnig. Zijn aangeboren opmerkingsgave is voor de in de historie van de Venestraat geïnteresseerde een zege want levert een rijkdom aan wetenswaardigheden.
Toen hij met zijn moeder, zusje en jonge stiefvader hier arriveerde, was dat wel heel erg wennen. Hij was een zoveel groter huis gewend, met een zo heel andere huiselijke orde en dan ook nog naar een vreselijke lagere school aan het Assendorperplein, school 11 van ene meester Zelle. Wandelend door de buurt wijst hij de huizen aan van de jongens die hem pestten en aftuigden. Vooral zijn brilletje moest het regelmatig ontgelden. Nee, niet alleen nare kereltjes uit de Tuinstraat, toen een echte achterbuurt, maar ook jochies uit de Hertenstraat. Een ventje dat van achteren Afman heette en z'n handen ook niet thuis kon houden, schijnt het heel ver geschopt te hebben en puissant rijk geworden in de bankwereld annex Hollywood. Frans portretteert zichzelf dan ook als een jongetje dat heel beschermd was opgegroeid in Deventer en nu tekort kwam in streetwisdom
Francien Menger en Henk Sleeuw jr. in de Venestraat
Zijn nieuwe vader deed z'n best hem te harden: had Fransje net voor hem de auto gepoetst moest hij opnieuw beginnen omdat vader de gewassen auto alsnog opzettelijk besmeurde. Karakterologisch, vat Frans het samen, paste hij als bedeesd, leergierig gymnasiast totaal niet bij die lichamelijke, hyperactieve, nieuwe man van zijn moeder.
Waarom was zijn moeder die aan de zijde van zijn eigen vader in Deventer, haar eerste man, toch een positie had, gevallen voor een zoveel jongere man voor wie het echte leven nog moest beginnen? De heer Schalij was niet thuis in die periode die aan de oorlog vooraf ging want als reserve-officier opgeroepen in het kader van de mobilisatie en Henk Sleeuw was niet alleen een aantrekkelijke man maar veel belangrijker een spontane, actieve, sportieve, muzikale, joviale, charmante man.Hij speelde in alle mogelijke bandjes en orkestjes, beheerste een aantal instrumenten als accordeon, saxofoon en piano. Speelde waterpolo, zeilde en ga zo maar verder. Een bink, een vrolijke man waarbij Frans' moeder, een welopgevoed deftig dametje,  zich ongetwijfeld ook zoveel jonger voelde, aangetrokken door de dynamiek die van Henk uitging. 
Toen is Francien plots met Henk meegegaan, het avontuur tegemoet. Frans en zijn zusje waren daarbij  een soort aanhangsels. Zo heeft Henk dit huis in de Venestraat gevonden. Hij verdiende de kost door speelautomaten te kopen en die te plaatsen in de horeca-ondernemingen in en rond Zwolle. Daarmee is de Overijsselsche Automaten Centrale van de grond gekomen. Voor zover dat al niet uit het bovenstaande blijkt was Henk een praktische man, met een sterk anti-burgerlijke inslag. Hij liet bijvoorbeeld dure maatpakken maken maar droeg ze dan weer niet. Was graag in het gezelschap van mannen die het zakendoen gemakkelijk afging, geslaagde, ambitieuze mannen, in de bars van de betere etablissementen. Het Pothuis van hotel Wientjes bijvoorbeeld. daar werden zaken gedaan door de categorie New Riche, mannen die in de handel zaten.
Een patser was het volgens Frans niet. Maar toen hij het breed kreeg, liet het wel graag breed hangen. Hij reed bijvoorbeeld een Porsche, de zesde in Nederland indertijd.

Frans was regelmatig enigszins gechoqueerd door het optreden van zijn stiefvader, maar veel meer nog had hij een grote bewondering voor hem. En het huwelijk met zijn moeder was ook zeker geen bevlieging, al had hij later vriendinnen en eindigde het huwelijk er ook mee dat zijn moeder daar genoeg van had, (in 1966 werd nog het 25 jarig huwelijk gevierd). Francien heeft zoals eertijds voor Henk Sleeuw nu voor een huisarts in Bussum Henk Sleeuw man verlaten.  
Henk heeft de basement van de Venestraat uitgegraven om daar werkruimte van te maken. Nog steeds zijn de getraliede kelderraampjes daar de getuigen van.

Frans Schalij in de Deventerstraat=Van Karnebeekstraat, het huis van Van der Sluis

Parade Kriegsmarine in Zwolle
Maar zoals ook buurjochie Frans Hugen gezondheidsklachten kreeg ten gevolge van de vochtigheid, zo hinderde die vochtigheid ook het jonge gezin Sleeuw. Aan het eind van de oorlog deed zich de gelegenheid voor om in te trekken in het door de Joodse goudhandelaar Van der Sluis noodzakelijk verlaten hoekpand Deventerstraat (Van Karnebeekstraat ) / Hertenstraat. Op voorwaarde dat de hoge Duitse officier die daar woonde verzorgd zou worden. Dacht Gerrit Salet nog dat het de Ortskommandant was die daar woonde, Frans herinnert zich heel goed een officier van de in Zwolle gelegerde Kriegsmarine: Fred Zamek, een slanke dertiger uit Wenen, die daar de directie over een fabriek voerde. 
Best mogelijk dat aanvankelijk Häussermann de Ortskommandant hier woonde en toen die naar elders vertrok het huis leegkwam, waarna Sleeuw en Zamek erin trokken. Zamek was een onberispelijke, uiterst punctuele heer, in houding en gedrag, tafelmanieren en persoonlijke verzorging. Van ouwerwetse adel, zou je kunnen denken als je hem zo zag. En voor wie eraan twijfelt over Zwolle wel te rijmen valt met de Kriegsmarine, welnu er zijn op e-Bay foto´s te vinden van de Kriegsmarine in Zwolle. Heel wel mogelijk dat de heer Zamek hier deel uitmaakt van de paraderende kriegsmariniers, op deze ongedateerde maar zeker in Zwolle genomen foto. 
De 'Zwolse' Kriegsmarine voor de kazerne
Op bovenstaande foto staat een deel van de Kriegsmarine in Zwolle aangetreden voor de kazerne. De Zamek was bovendien ook ski-leraar en het bevredigende contact in de Deventerstraat leidde ertoe dat de Sleeuwen in de naoorlogse jaren de heer én mevrouw  Zamek in Wenen zijn gaan opzoeken en met deze familie op skivakantie zijn geweest. Uit dit soort mededelingen blijkt wel dat Henk Sleeuw inmiddels een succesvolle zaak had met zijn speel- en gokautomaten. Maar in de oorlog moest Henk ook voortdurend op z'n hoede zijn dat hij bij een razzia niet opgepakt werd en naar Duitsland gestuurd in het kader van de Arbeitseinsatz. Hij heeft een poos ondergedoken gezeten bij de Dalfser Vechtstuw, in een bootje. Een man op leeftijd uit de Walstraat, een zekere Koekoek, verzorgde de verbindingen: bracht eten en schone kleren. In de Venestraat heeft Sleeuw zich ook eens over het dak uit de voeten gemaakt, samen met Gé Willigenburg van de overkant. Uiteindelijk loopt hij een keer tegen de lamp en wordt hij met een stel lotgenoten verzameld. Henk beweegt zich soepel en organisch naar de achterste rij en alsof het de gewoonste zaak van de wereld is draait hij zich doodkalm om en loopt weg. Voor Frans is dit zijn vader Sleeuw ten voeten uit: deze praktisch slimheid en weten hoe de wereld in elkaar zit.
Nog een oorlogsverhaal. Op een of andere manier wordt Sleeuw benaderd om als barpianist te komen musiceren in de Duitse officierskantine in de Sassenstraat. Hij hoopte zo tegelijk uit handen te blijven van de Duitsers wanneer die op zoek gingen naar jonge mannen voor de arbeidsdienst in Duitsland. Heeft Sleeuw enige maanden gedaan. Hij heeft de beheerder, waarschijnlijk een Zwolse NSB'er Trousselot, eens helemaal in elkaar geslagen, zo gaat het verhaal in de familie. 
Toen na de oorlog de Kriegsmarine ins Heim marcheerde en de familie van der Sluis heelhuids terugkeerde uit de onderduik, moest Henk Sleeuw een ander huis zien te vinden. Dat werd Oosterlaan 17 van daaruit ging Frans naar het gymnasium en de kleine Henk naar de Parkschool: de periode 1945 - 1952. Het ging Henk sr. allengs beter, met speeltafels, flipperkasten, fruitautomaten en juke-boxen uit Amerika,en hij kocht een huis aan de Oude Veerweg. Toen Frans al in Groningen rechten studeerde kocht Henk het hotel in Coevorden. Misschien kwam Hein Langemeijer, opgegroeid op nr. 21, hier ook wel, want het hotel herbergde ook de bezoekers aan de NAM-installaties in het olieveld van Schoonebeek. Het was trouwens  aan echtgenote Francien te danken dat het hotelbedrijf organisatorisch, managemental en zakelijk-financieel dat niet dadelijk een fiasco werd. In tegendeel, het kreeg een grote faam vanwege zijn feesten en partijen. 
Oosterlaan 17
Frans, Pop en de kleine Henk, Oosterlaan 17
Maar dan ligt de Venestraat al heel ver achter ons. 
We gaan dus weer even terug in de tijd, naar de Venestraat, in de oorlog, Frans was nog een lagere schoolkind. Met zo'n aanwezige vader, als hij tenminste aanwezig was, voelde Frans zich toen regelmatig een vreemde in huis. Dan miste hij de aansluiting bij zijn vader. 
Eigenlijk voelde hij zich in de periode Venestraat het prettigst in het gezelschap van Nico, Ebo en Meintje Bos, die op nummer 16 woonden. De tweeling Meintje (1937) en Ebo (1937) waren wel een paar jaar jonger, maar Frans trok zich op aan hun speelsheid en vitaliteit. Nico, zijn leeftijdgenoot, bood hem iets minder inspiratie. De familie Bos was "héél gereformeerd en mocht op zondag niet buiten spelen", maar dat was geen belemmering voor Fransje om "alle dagen" hun gezelschap te zoeken. In de rustige sfeer daar in hun huis gedijde Frans beter dan in de door zijn drukke, 'wilde', onvoorspelbare vader gedomineerde sfeer thuis. Ze deden veel spelletjes, Majong. "Als je die tweeling een uur had meegemaakt, dan kon je twee dagen verder." Vader Ebo Bos was hoofdvertegenwoordiger van de gebroeders Zwartsenberg, een kledingbedrijf in Groningen, zag er heel keurig uit, met allemaal klanten op het platteland. 
Waarschijnlijk was Frans wel een wijs kereltje. Hij werd in elk geval door mevrouw Pas, mevrouw Thiebout en de "zo stille, rustige, lieve, zachtmoedige maar ook trieste" Dijkstra's vriendelijk bejegend. Of hij een snoepje zou lusten. Dat de Dijkstra's  na de deportatie van Coen(raad) eigenlijk steeds de blik op het station gericht hielden, kan Frans als beklemming nog steeds navoelen. Ook zijn ouders Henk Sleeuw en Francien waren zeer begaan met de Dijkstra's. Frans heeft ook van de andere buurtgenoten nog el een beeld. Mevrouw Burbach bijvoorbeeld, die er op z'n Engels keurig uitzag als ze uitging om boodschappen te doen, met een hoedje op en lipstick, uit een modeblad van de dertiger jaren. Op een onhippe manier maar op haar eigen manier hip. Soms verscheen zij in een tennistenue, op weg naar de tennisbaan.. En dan de dames Wolff en Gilliams. De pianostemmer De Jong van de overkant die heel regelmatig de piano van Henk Sleeuw kwam stemmen. De meiden van Bodewes waren merendeels al wat ouder, en de dochters van mevrouw Pas in elk geval. De kinderen zorgden als het ware voor de verbindingen. De ouderen gingen niet intensief met elkaar om. Dat de familie Langemeijer opgevolgd wordt door de familie Kleinjan, weet Frans nog, hoewel ook met die families nauwelijks contact was.
De straat meed de familie Klinkert, omdat het een gesloten huis was waaromheen bovendien een Duitse geur hing. Mevrouw Klinkert was een Duitse society dame.
Overigens was de familie Schutte aan het begin van de straat nog veel openlijker en duidelijker pro-Duits. De heer des huizes stond bekend als een overtuigde NSB'ér, met één van de zoons. En er was nog een foute man, één van de zoons van de pianostemmer De Jong. Die schaamde zich daarvoor. Toen die zoon terugkwam uit de oorlog, uit Duitse krijgsdienst, en met de nek werd aangekeken, heeft Sleeuw hem nota bene in dienst genomen, vanwege zijn goede betrekking met vader De Jong.
Met Gé en zijn vrouw, de familie Willigenburg (van 11a), gingen de Sleeuwen heel vriendschappelijk om. In Frans' herinnering deden ze alles samen. De Willigenburgen hadden op de Spoolderberg, aan het eind van de Veerallee, een uitspanning annex lunchroom, banketbakkerij en theeschenkerij mét tennisbanen. Ook na de oorlog bleef de vriendschap bestaan en Gé en zijn vrouw gaven nog acte de présence op het 25-jarig huwelijksfeest in 1966. 

De enige connectie met de kleine Venestraat werd verzorgd door Frans' zusje. Die zocht merkwaardig vaak het gezelschap van de schoenmaker Moossdorff, op de hoek met de Tuinstraat. Een ongetrouwde, morsige, rustige man die je altijd aan het werk zag. Het bijzondere van die man was, - hij had geen neus. Hij had een wassen neus. Wat Berthe / Pop in die man zag? De serene rust? Hij luisterde, terwijl zij babbelde? Ook een vluchtadres voor haar die uit haar eigen sfeer gehaald was? Raadsels van de ziel. 

Hoe heeft hij halfbroer baby, peuter en kleuter Henk ervaren? Dat was in zekere zin een aardje naar zijn vaadje. Een creatief kereltje. Merkwaardig was dat hij door zijn onderwijzeres als een zoontje werd beschouwd en behandeld. Zij nam hem mee naar haar huis. Die onderwijzeres had zelf geen kinderen en haar moederschapsgevoel stopte zij als het ware in kleine Henk.  

Wat was nu het bijzondere van de Venestraat. In tegenstelling tot de Terborchstraat en de Derk Buismanstraat die eenvormige, beetje saaie, gesloten straten waren, was de Venestraat een veel dynamischer straat . Onderging veel sterker de invloed van de nabijheid van het station en de beweeglijkheid die daarmee annex is en heeft steeds een in sociologische of sociografische zin veel sterker gemengde bewoning gehad. Hier was het niet soort-zoek-soort maar beroepsmatig en religieus liepen de verschillende families veel meer door elkaar.

En Frans? Is na zijn rechtenstudie toch geen advocaat geworden, hoezeer hij daarvoor door zijn omgeving ook voor geknipt leek, maar zoals hijzelf zegt bedrijfsjurist. Over zijn jaren voor het bedrijfsbureau van het Nuffic in Den Haag vertelt hij met veel plezier. Het Nuffic is een belangrijke non-profit organisatie actief in het veld van de ontwikkelingssamenwerking en organiseert internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Het International Institute for Social Studies bijvoorbeeld is nauw aan het Nuffic gelieerd.
Frans woont in Deventer en is niet getrouwd en schept plezier in het onderhouden van vriendschappelijke banden die onder andere teruggaan op zijn studie in Groningen.
Hij zou heel graag met name Ebo en Mijntje nog eens ontmoeten. 
(En dat is inmiddels ook gebeurd.)