Posts tonen met het label 21. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 21. Alle posts tonen

zaterdag 12 april 2014

JASPER en MAX: een eer om in de Venestraat te wonen

Jasper Plender was 8 toen hij met zijn ouders Sjaak, Karen en Max, 6, uit de Hortensiastraat verhuisde naar de Venestraat. Het was 2006, maar misschien ook wel 2005.
Het eerste wat opviel was dat het van de buitenkant een mooi oud huis is, in een smalle straat. Het verschil met de Hortensiastraat was vooral dat het huis daar wel een heel stuk kleiner was en dat het daar druk en hardrijdend  autoverkeer is, gevaarlijk voor kinderen om over te steken.
Max en Jasper waren ook verbaasd hoe de smaak van de vorige bewoners zo kon verschillen van wat zij zelf mooi en modern vinden. Waarom hadden die vorige bewoners tapijt gelegd over de vloeren, zelfs in de hal en in de gang waar toch echt een mooie stenen terrazzo-vloer ligt. Nou ja, zo kwam die tamelijk onbeschadigd tevoorschijn.  Zelfde voor de houten platen waarmee de deurpanelen waren weggewerkt. Het ‘beertjes-behang’ in de kinderkamers boven staat hen ook nog haarscherp voor de geest. 
Tja, smaken verschillen en stijlen zijn schatplichtig aan de tijdgeest. Dus is de familie stevig gaan klussen om het hele huis te transformeren naar de eigen ideeën. Dat heeft wel een poosje geduurd, want dat ging nog wel even door toen zij hier al woonden.

Nog een verschil. In de Hortensiastraat woonden vooral gezinnen en de meeste hadden kinderen. Speelkameraadjes voor in de speeltuin, de kinderboerderij of het Weezenlandenpark waren er genoeg. Direct uit school -basisschool Mozaiek- gingen ze bij vriendjes spelen of die kwamen bij hen.
Niet dat het heel erg is dat die niet in de Venestraat wonen, want op de fiets is iedereen in Zwolle makkelijk bereikbaar.  Dat was trouwens toen de broers nog kleintjes waren. Kon je misschien toch beter daar wonen, in een straat die geschikt is voor startende gezinnetjes. Bovendien –en dat is toch een groot voordeel van de Venestraat- dit is een hele centrale plek. Overal dichtbij: station, de binnenstad, school, je kan het (desnoods) lopen.
O ja, op het terrein van de kringloop kon je ook prima voetballen en zo. Maar goed, dat kan nu niet meer.

Dit is wel zeker: Jasper en Max hebben de beslissing van hun ouders om te verkassen naar dit mooie, grote huis geen moment betreurd.
De Venestraat is namelijk ook wel een beetje vreemde straat met aan de ene kant studenten en kamerbewoners, dan een stuk of tien gezinnen en aan de overkant van de Hertenstraat ook weer gezinnen maar dan met meer kleine kinderen, is hun inschatting.
De voorlopige conclusie is dat het hier eigenlijk best rustig is, niet dood-stil en zeker niet saai.

Jaspeer Warhol

Is er iets veranderd in de tijd dat jullie hier nu wonen?, willen Ineke en Hanneke, de intervieuwers, weten.
Niet schokkend, maar toen zij hier kwamen wonen was er nog een creche als buur, De Til. Daar zaten best veel kinderen op. Eenmaal in de tuin was het wel een gekrijs. Niet dat zij daar nou heel veel last van hadden, want om een uur of zes waren al die kinderen weer verdwenen en in de weekends was de creche dicht..
Die ukken kropen een tamelijk hoge houten trap op en keken dan de tuin van de buren in. Dat vond de familie Plender min of meer, een beetje maar heus niet erg maar wel vervelend. Toen hebben de Plenders  boompjes gepland, tegen de inkijk.Maar nu staat dat pand dus al jaren leeg en is men er nu aan het verbouwen. Maar de boompjes komen vast weer van pas, want de nieuwe eigen aren willen er vast ook een waranda maken.


Jasper (1998) zit op de HAVO en Jasper (2000)  doet het gymnasium. Aan de Veerallee, het Carolus Clusius College, CCC. Max moet nog eens nadenken wat hij na afloop wil gaan doen, voor Jasper staat wel vast dat hij iets met design wil gaan doen. De appel valt niet ver van de boom: Karen, moeder van de boys, is binnenhuisarchitecte en een bewezen talent als het om vormgeving gaat.
Wie iets wil zien waar Jaspers belangstelling naar uitgaat, vgl. www.iampeer.com. Je kunt zelf ook een beeld uploaden aldaar, maar Jasper wil zelf nog wel even toetsen of dat past in zijn filosofie vóór het ook echt zichtbaar wordt op de site. Hij wil 'creatief verbinden'.
Ineke gaat het eens uitproberen, kondigt zij aan. Andere bezigheden? Gitaarles en volleybal. Alles bij elkaar best een volle week.



Max heeft meer huiswerk en doet aan basketbal. Ja, ook wedstrijden bij Z.A.C.
De verbeterpunten volgens Jasper en Max. Zij zijn het erover eens dat hét grote nadeel van al die kamerbewoning het slappe onderhoud is. Er zou veel meer uit de Venestraat te halen zijn, als ook de eigenaren aan de kopse kant van de straat hun best deden om de straat aantrekkelijk te maken.
Jasper zou wel wat meer ´kunst´of in elk geval ´mooie dingen´in de straat willen. Misschien wel in plaats van de kinderspeeltoestellen. Het is te snappen dat je die niet zomaar weg kunt halen, want dan staan er voortdurend vervelende auto´s, maar het is een idee om er of iets moois groens of een ander mooi ding neer zou kunnen zetten.




En als we het toch over vormgeving hebben, wat dachten we van een mooie muurschildering in plaats van die vandalistische graffiti. Jasper doet de dringende aanbeveling om er niet iets abstracts van te maken, want dat is veel eerder weer beklad, maar iets waarvan je ziet wat het is. Hanneke en Ineke kunnen gelukkig meedelen dat zoiets er aankomt! Jasper wil wel in de jury.
Ook het straatmeubilair kan wel een face/lift gebruiken: de prullenbakken die er trouwens te weinig zijn en een verantwoord metalen hekje om de bomen en boomspiegels om de baasjes af te leren hier te poepen via hun honden. De fietsenrekken zijn ook absoluut uit de tijd. Dat kan mooier, beter, efficiënter!
Jasper en Max hebben weliswaar geen onoverkomelijk hinder van (sommige) studenten, maar noteren wel dat van tijd tot tijd er niemand wat van zegt als zij in de tuin naar elkaar schreeuwen. Iets minder studenten zodat zij niet de meerderheid hebben en grenzen stellen, zal de sfeer nog verder verbeteren.



De Venestraat is best actief. Vorig jaar amen koken, de straatbarbecue en nu het 100-jaar feest. Leuk!
Daarom ook zou je er trots op moeten zijn dat je hier woont, want het is een eer in zo'n mooie, leuke straat te wonen.






vrijdag 21 maart 2014

HEIN en NINI LANGEMEIJER van nummer 21

Zutphen, 10 april 2019 Henri Cornelis Gerard Langemeijer, Hein, is overleden. Hij is 96 jaar geworden. Ik bewaar mooie herinneringen aan deze eertijdse bewoner van de Venestraat.



Driemaal heb ik hem uitvoerig ontmoet. De eerste keer heb ik hieronder beschreven: ik was onder de indruk van deze aardige, gedistingeerde man die zich alle moeite gaf om de belangstelling van zijn gesprekspartner te peilen en diens vragen te beantwoorden. 
De tweede maal was in 1915, toen ik Hein Langemeijer heb opgehaald uit Zutphen om in Zwolle nog eens plekken van zijn jeugd te bekijken: het huis in de Venestraat, het Gymnansium Celeanum, het huis in de Wilhelminastraat, het kantoor van zijn vader, de Hoofd-Ingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat ir. F.S., en het stadshart. Ik laat een paar foto's zien van dat bezoek:

Venestraat 21 exterieur

   
Venestraat 21 interieur met Karin van der Zwaagt














Nog eens met de huidige bewoonster Karin 















Emmawijk, kantoor van de H.I.D.van Rijkswaterstaat

































Nog een derde keer heb ik Hein Langemeijer opgezocht. De aanleiding was hoogst merkwaardig. Mevrouw Lya Kaptijn uit Middelburg vond op een boekenmarkt aldaar een baby-peuterboek Ons Kindje dat gemaakt was door Heins moeder. Hoe dat zoveel jaren later in vredesnaam op een boekenmarkt terecht kon komen, zal raadselachtig blijven. Lya is gaan googlen en vond mijn blog met een post over Hein en Nini Langemeijer en vroeg naar de mogelijkheden om het boekje te doen bezorgen bij degene die toch de rechtmatige eigenaar moet zijn en tevens de hoofdpersoon van het werk. In het boek zat ook nog een trouwkaart van Hein en zijn vrouw Bernice.
Enfin, ik heb de verzendkosten overgemaakt en kreeg het boekje toegestuurd om het prompt daarop naar Zutphen te gaan brengen.
Ook daarvan en daaruit  een paar foto's:







Hij ruste in vrede.

 -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De heer ir. H.G.C. Langemeijer woont tegenwoordig in het St. Elisabeth, een modern vormgegeven woonzorgcomplex, prachtig gelegen tegen de oude stadsmuur van het centrum van Zutphen, Geweldigershoek heet het daar en Langemeijer woont op nummer 5. Ik had hem opgebeld met de vraag of hij mij zou willen ontvangen. Toen ik op de afgesproken tijd aanbelde bij het prachtige huis aan de Berkelkade vertelde zijn buren dat hij anderhalf jaar geleden verhuisd was naar het St. Elisabeth. Voor het doel van dit relaas noem ik de heer Langemeijer bij zijn voornaam, Hein.
Hij loopt voorzichtig en wankel met een stok en spreekt moeilijk ten gevolge van een attaque, nu alweer een jaar of zeven geleden. Kerngezond, omschrijft hij zijn conditie. Iedere dag wandelt hij met zijn rollator om in beweging te blijven. Toen het duidelijk werd dat hij om wat verder te kunnen lopen dan van de stoel naar de tafel een hulpmiddel nodig had, heeft Hein welbewust afgezien van een rolstoel of iets elektrisch en gekozen voor de rollator. Hein houdt zijn Magere naamgenoot voorlopig nog buiten de deur.

Zijn motoriek en zijn spraak ontnemen niet het zicht op een aangeboren distinctie.  Zoals hij gekleed gaat, zoals hij graaft in z’n geheugen en formuleert en zoals hij lacht en kijkt. Hij doet z’n uiterste best om mij ter wille te zijn en excuseert zich een paar maal voor wat hem in de loop der jaren is ontglipt. Ik kan me voorstellen dat Hilly Bodewes ooit een beetje verliefd was op deze man in zijn jongelingsjaren.


"Toen we op de hoek woonden van de Veerallee/Wilhelminastraat was het wel fijn dat het Gymnasium Celeanum slechts vijf huizen verder was." Moeiteloos geeft Hein een lijstje namen van leraren van wie hij les gehad heeft. Die hebben hoe dan ook meer indruk gemaakt dan de heer en mevrouw Schaad, Dijkstra, Stas, Klinkert en Bodewes, aan wie hij een veel vagere herinnering bewaart: Jansen, Tolma, Teunis, van der Laan, Van Noppen (kastie op een weiland achter de school!). De oorlog barstte los toen Hein nog op school zat. In 1941 slaagde hij voor zijn eindexamen. Hij is Delft gaan studeren, aanvankelijk voor natuurkundig ingenieur, maar hij studeerde in 1951 af als mijningenieur. Deed hij tien jaar over zijn studie? Hij heeft enkele jaren ondergedoken gezeten in het doodstille, uitgestorven Hardenberg waar werkelijk niks gebeurde, om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen. Hij kwam met een zekere regelmaat naar huis, naar Zwolle en trof daar eens -in de laatste oorlogsdagen-  zijn ouders in de kelder omdat de wegtrekkende Duitsers de binnentrekkende Canadezen bombardeerden  en daarbij hun mortieren op het station richtten.

Na zijn studie is hij in dienst getreden van een mijnbouw-maatschappij en in Bolivia aan het werk gezet. Ongetrouwd. Maar de omstandigheden maakten hem ziek: het werk op grote hoogte zonder dat hem de tijd was vergund dat zijn lichaam zich daaraan had kunnen aanpassen. Na een half jaar is hij teruggekomen naar Nederland. Jammer dat hij daar toen zo ziek is geworden, want het werk was fascinerend. Terug in Nederland is hij gaan weken bij de B.P.M, de Bataafse Petroleum Maatschappij, in Den Haag, maar zijn ogen gaan glanzen bij de ja-knikkers in Schoonebeek in Zuidoost Drenthe, bij Coevorden, waar hij ook is gaan wonen. De B.P.M. werd later Shell. Vervolgens heeft hij zijn loopbaan voortgezet bij de Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie, één van de bedrijven waaruit Akzo ontstond. Hij werkte toen in Hengelo en woonde schitterend buitenaf nabij Losser. Ik vraag naar ‘Boekelo’ en ik krijg een exposé hoe enthousiasme en ondernemingslust in die oude tijden ook wel tot veel fouten en ongelukken had geleid. Boekelo was ook in zijn tijd al geschiedenis. Hij was indertijd min of meer bevriend met de eveneens in Losser woonachtige zeer actieve, scherpzinnige amateur-geoloog W.F. Anderson.
Dan is Hein al getrouwd met mejuffrouw B.M. de Jong, Bernice, en heeft hij twee zoons en een dochter Frank, Marjolein en Maarten.

Wat deed Hein als jochie en nu als grijsaard het liefst? Hij heeft heel veel gereisd. De bergen hebben hem altijd geboeid. De vele fotoboeken getuigen daarvan. Daarbij onderhield Hein een groot netwerk van vrinden. Hij vervulde van jongs af aan bestuursfuncties: zie de foto's van hem en trouwens ook zijn zusje in het bestuur van de Z.G.B., de Zwolse Gymnasiasten Bond. In zijn eerste functie was hij nuntius. Klinkt nogal rooms maar is het Latijnse woord voor bode, boodschapper. In zijn studententijd is hij in Delft ook weer bestuurslid van zoiets en dan heeft hij zitting in de senaat, het bestuur van het studentencorps.
Nu de wereld kleiner is geworden, leest hij nog steeds graag, geen romans, geen dikke boeken maar bij voorkeur beschouwingen, essays. Nee, sport was niks voor hem, al heeft hij wel geroken aan de bergsport.

Hier met zijn vader, het tweede stel van links:



Vader ir. F.S. Langemeijer, Frans voor intimi, was een aardige man, ruimdenkend en goedhartig. Hij is allang dood. Hein was zeer op hem gesteld. Met pretoogjes vertelt Hein hoe zijn lange vader in hun klein bemeten Fiatje stapte. Hein trekt wanhopig met zijn schouders en zou het raadsel liefst vandaag nog opgelost zien als ik vraag waarom zo’n vooraanstaande man die qua salaris ongetwijfeld bij de upper ten behoorde, zo’n klein autootje had aangeschaft. Waarom niet eerst een proefritje, bijvoorbeeld.



En zou dit dan het autootje van Langemeijer zijn? Hoeveel Zwollenaren zouden in die tijd zo'n autootje gehad hebben en parkeren voor het Gerechtsgebouw?

Met sprekende gebaren geeft Hein aan welke aanzienlijk lengteverschil er tussen zijn vader en zijn moeder bestond. Wie weet was zijn moeder verantwoordelijk voor deze aankoop, mogelijk in de gedachte dat de ruime auto met chauffeur (Zieleman) die haar man qualitate qua tot beschikking stond, hem naar het hoofd gestegen was zodanig dat daarop een correctie was gewenst. Het was een Fiat Topolino.
De buren stonden achter de gordijnen te lachen als de heer Langemeijer zich in het autootje plooide. Maar die Jacques Piquet was zelf nog veel langer en zíjn verloofde was een uitgesproken kleintje.  Helemaal geen gezicht, volgens Hein.

Even een intermezzo over die familie Piquet. Hein haalt de familie een paar maal aan en noemt daarbij ook Ten Doesschate. Maar die woonde er niet, dacht ik. Maar ik ben er uit. De weduwe Piquet is mevrouw W.J. Piquet-ten Doesschate. En haar man J.S. Piquet jr., zoon van J.S. Piquet sr die een bekende leraar aan de Rijks HBS was, was de enige firmant van de firma Ten Doesschate, zijn schoonvader dus. Deze Jacques Sully Piquet is één der oprichters van de Burgerwacht in 1914, de commandant van deze waakzame mannenclub, voorzitter van de Doopsgezinde Gemeente én hij is consulair agent van Frankrijk voor de provincie Overijssel. Een zeer actieve man dus en zijn overlijden op 21 september 1927 zal een groot verlies zijn, voor zijn gezin en de Zwolse samenleving. Hij werd slechts 48 jaar. De weduwe Piquet woonde van 1930 - 1935 op nr. 19a, met haar zoons Jacques, Jurrie en een dochter Desirée. Zij verleed in 1959. Die firma ten Doesschate was ontstaan in rond 1910 en hield zich in de Bitterstraat bezig met de in- en export van levertraan, de handel in specerijen en de fabricage van verf. Het bedrijf werd later uitgebreid in de binnenstad, maar nam uiteindelijk de wijk naar Wapenveld. 
Hein spreekt ook met bewondering voor een bevriende relatie van zijn ouders, die voedselcommissaris was, een zekere Warner? Jasper Warner was een bekende Zwollenaar, voorzitter van de Kamer van Koophandel, sportheld, maar stierf in 1942. Had zich in de Eerste Wereldoorlog ook al bezig gehouden met de distributie vanwege de schaarste en de onrust daaromtrent. Was zijn ook succesvolle zoon Jan Warner degene die Hein bedoelt?  De nadruk die Hein legt op het goede vaderlanderschap doet denken alsof er later aan zijn integriteit getwijfeld werd. Dat zijn van die typische problematieken van de jaren na de oorlog waarbij ook vader Langemeijer betrokken zal zijn geweest. 

Hier in de portiek van Venestraat 21 speelt Hein met de hond terwijl Nini toekijkt.
Hein en Nini speelden eigenlijk niet op straat. Maar hij weet nog dat het dienstmeisje zijn fiets die kennelijk in de portiek geparkeerd stond, voor hem op straat zette zodat hij door de buurt fietste, recreatief. Hij zat op de Nutsschool en fietste ook wel naar een een vriendje van school. Hij had geen vriendjes in de straat en zomaar meespelen was er voor de erg verlegen Hein niet bij. Het dichtstbijzijnde vriendje was Hans Burbach in de Van Nagellstraat. Bert Stas, buurjongen was niet zozeer een vriend. Hein doet een achterbuurjongen na uit de Terborchstraat, een jongen Sollewijn Gelpke, die regelmatig de aandacht trok van Bert Stas door uit zijn raam over de binnentuinen te roepen: "Bèrtjú!! Bèrtjú!! Kom je spelen!" Ja, waarom zou een geheugen deze roep maar liefst tachtig jaar hebben vastgehouden?
Nini oftewel Eugenie (1919), was twee-en-een half jaar ouder. Nini heeft ook gymnasium gedaan, maar is in het zicht van de haven gestrand. Zij zakte voor haar herexamen in 1940, en heeft het niet meer overgedaan. Wat zij precies voor de kost heeft gedaan tót haar huwelijk met de Rotterdamse chirurg Vervat, weet Hein niet meer. We kunnen het ook niet meer vragen, nu zij enkele maanden geleden een beroerte heeft
gehad en volgens Hein erg in de war is. Zij woonde in Apeldoorn en wordt nu verpleegd in Driebergen.

Nini en Vervat hebben één dochter gekregen, Henrike Jacomine (1944). Tragisch genoeg is zij op jonge leeftijd bij een auto-ongeluk waarbij zij tegen een boom reed, om het leven gekomen.
Dit is Nini. 
Na de pensionering van haar echtgenoot is Nini met hem in hun zomerhuis in Vierhouten gaan wonen. Hein heeft daar met zijn gezin regelmatig gelogeerd.
Vader Langemeijer was 67 toen hij stierf, in 1953. Hij leed aan angina pectoris en is achter het stuur van de Topolino onwel geworden en ter plekke gestorven, op de schouder van de jonge vrouw van Hein die naast hem zat.
Hein herinnert zich dat zijn vader heel langzaam liep. Vanuit de Wilhelminastraat waarheen de familie verhuisd was vanuit de Venestraat, liepen de heer en mevrouw Langemeijer naar de bioscoop in de Buitensociëteit. Maar Heins moeder gaf zijn vader óf een voorsprong en haalde hem dan in óf ging vast vooruit. Zij liepen nooit samen. Heins moeder heeft haar man maar liefst 31 jaar overleefd en stierf in 1984.
Waar was het kantoor van zijn vader? Volgens Hein aan de overkant van de Willemsvaart, aan de Willemskade en kennelijk verhuisde dat kantoor ook regelmatig want aan het Van Nahuysplein (14) en de Stationsweg (9) zat de H.I.D. van de Rijkswaterstaat Langemeijer ook.


Vader en moeder Langemeijer met de hond, de dochter van Nini, grootmoeder, Nini en daarachter links Hein en naast hem zijn zwager Vervat. 

Toen Hein twee jaar was is de familie vanuit Terneuzen naar Indië gegaan om daar tot 1929 te blijven. Langemeijer deed eerst dienst in Semarang, Java, en later in Balikpapan, Borneo. Tijdens een voor Indië-gangers normaal maandenlang groot verlof brak de crisis uit. Althans dat maak ik ervan. Hein vertelde: "Brak de oorlog uit", maar ik zou niet weten welke oorlog in 1929/1930 verhinderde dat de familie terug naar Indië ging. Feit is dát zij niet zijn teruggegaan. Heins vader kreeg toen de keus tussen een overplaatsing naar Arnhem en Zwolle. Hij schatte zijn kansen op promotie het grootst in bij een keus voor Zwolle, waar hij eind 1930 het huis kocht van collega ir. J.P. Walland die waarschijnlijk in 1918 de eerste bewoner was van Venestraat 21. Walland werd H.I.D. in Zeeland.

In dit blog heb ik al  eerder over Langemeijer geschreven: Zijn verblijf in West-Indië en op Sint Maarten, waar Nini is geboren, heb ik daar beschreven. Ook zijn belangrijke rol bij de vestiging van een H.T.S. in Zwolle: 30-11-2012


Heins inwonende grootmoeder, in slaap gesukkeld in de tuin van Venestraat 21.

  





De tien-jarige Nini tenslotte, verzorgt hier de puzzle-rubriek, Soerabaijasch Handelsblad, 1929


woensdag 3 juli 2013

drs. J(ACOB) VAN BEEKUM, chef afdeling 4

Venestraat 21

Jacob van Beekum heeft bijna 20 jaar in de Venestraat gewoond. Blijft ongelooflijk dat er zo weinig over hem te weten is te komen. In de archieven van de provincie Overijssel waar hij vele lange jaren heeft gewerkt is ook al geen portretje overgeleverd. (De provincie had een personeelsblad, Transistor, - wie weet. Maar dat wordt niet in Zwolle bewaard maar wel in Deventer.)
Nam de griffier Raango van der Veen nog afscheid met een geweldige party, Van Beekums dienstverband eindigt tragisch met zijn overlijden op 59-jarige leeftijd. Het is heel wel waarschijnlijk dat Van Beekum op één of meer foto's staat die bij het afscheid van Van der Veen (vgl. mijn vorige post)  zijn gemaakt en wel bewaard. Maar welke foto? Onderschriften (laat staan tags) staan er niet bij.

Drs J. van Beekum was hoofdadministrateur (staat achter zijn naam in het Zwolse telefoonboek) en functioneel hoofd van de 4de afdeling (Culturele Zaken en Maatschappelijke Dienstverlening), dezelfde waar ik zeven jaar later na Beekmans dood mijn loopbaan bij de provincie ben begonnen. Was het uit een soort respect dat hij niet was opgevolgd? Jarenlang heeft ene Martens de honneurs waargenomen als plaatsvervangend hoofd van de vierde afdeling.

Foto gevonden in het provinciale maandblad De Mars:


Deze foto stond afgedrukt bij een artikel van zijn hand dat postuum afgedrukt werd in De Mars, ingeleid aldus door de redactie:
"....het was een artikel, dat alle kenmerken van Van Beekum's denk- en schrijfwijze had: zeer intelligent, abstract, wat warrig, persoonlijk van taalgebruik, en bepaald progressief van gedachtensfeer."

Van 1964-1968 is Van Beekum secretaris van het curatorium van het gymnasium hier ter stede en hij schrijft (niet veel maar toch) in het provinciale blad De Mars en een enkele keer in het culturele tijdschrift Neerlandia. 
Van Beekum had een vrouw, Helena G.J.M. Tangelder, een zoon, Ivo, en een dochter, Trudy (Geertruida), die inmiddels ook allebei jong zijn overleden. Ivo werd 46 jaar en Trudy 49.   
Ivo was acteur, speelde bij het gezelschap Amicitia '83 - de Softies. Hij is in Amsterdam overleden aan AIDS.
Trudy is geboren in de Venestraat, overleden in Ede (begraven in Zwolle bij haar vader en moeder op Kranenburg).





Enfin, het is dus een duidelijke kant van de Venestraat, ik bedoel de ambtelijke kant.
(Zoals er ook de stationskant is met de NS-ers en de tientallen handelsreizigers en de industriële kant van de fabrikanten en directeuren.)
   

vrijdag 30 november 2012

F.S. LANGEMEIJER Hoofd-Ingenieur Directeur (H.I.D.)  van Rijkswaterstaat

De derde uit de reeks opmerkelijke bewoners van de Venestraat

Frans Silverius Langemeijer werd geboren in 1886, in Zeist. Getrouwd met Antonia Maria Winkel in 1917. Hij maakt carrière in de dienst, in de rijkswaterstaat wel te verstaan.
Van de meeste Venestraat-bewoners zal niet meer zijn te achterhalen dan hun naam, hun geboortedatum en de periode dat zij van de gemeenschap hier deel uitmaakten en wie er verder deel uitmaakten van hun gezin.
Maar er zijn er die in elk geval op het internet en in de vakliteratuur van hun eigen terrein sporen hebben nagelaten. En dat wil nog niet zeggen dat er dan verschillende foto’s traceerbaar zijn die een fotografisch beeld geven. Niet dus. En het is evenmin eenvoudig zo niet onmogelijk om een verstrekkender beeld te geven: of het aardige, hulpvaardige buurtbewoners waren die bij sneeuw het straatje schoonveegden voor de vele weduwen die de Venestraat altijd heeft gehuisvest.

Langemeijer dus. Ik ga me er eens voor zetten. Gezien de aansprekende functiebeschrijving moet er iets over hem te vinden zijn. In mijn eigen werkzame leven kwam ik regelmatig twee H.I.D.’s tegen (VROM had het fenomeen H.I.D. overgenomen), altijd uitgesproken baasjes. De auto-met-chauffeur waarmee zo’n H.I.D. ten Provinciehuize arriveerde, helpt de lezer wellicht te beseffen dat deze tak van dienst prat ging op het eeuwenoud vertrouwen van de ingezetenen in hun kunst en hun kunstwerken om de veiligheid tegen het water zo goed mogelijk te waarborgen. Maar laten we welzijn, het is in die eeuwen ook heel vaak misgegaan. Niet altijd desastreus maar dan toch in elk geval zeer schadelijk. Over alle watersnood die Zwolle vooral vóór het het afsluiten van de Zuiderzee met de Afsluitdijk te verduren had wanneer de wind uit de ‘verkeerde’ noordwestelijke hoek het water opstuwde, zal ik het hier nu verder niet hebben.
  
Als topambtenaar maakt Langemeijer deel uit van de 'kaste' die Nederland in die jaren bestuurt. Het is moeilijk om de pretentieuze macht van de rijkswaterstaat te overschatten. Welnu genoeg ‘duiding’, wat heeft Langemeijer als persoon voor Zwolle en de regio betekent.

Na zijn dienstbetrekking te zijn begonnen in Noord-Holland als diensthoofd van het arrondissement Hoorn wordt hij voor twee jaar uitgezonden naar de Antillen.  Eén van zijn kinderen wordt er geboren. Hij komt in 1920 terug.en wie weet nog enkele tussenstappen komt hij in Zwolle aan.
Zelfs de wikipedia vermeldt hem (tweemaal zelfs, waarvan één keer met foute initialen):
In de rang van hoofdingenieur directeur is hij diensthoofd voor het district Overijssel en Drenthe van R.W.S. van 1 oktober 1945 tot 1 juni 1951, tot zijn 65ste dus. Hij blijft in Zwolle wonen maar is dan al verhuisd maar de Wilhelminastraat 1.

Hij heeft zich in elk geval ingezet voor een spoedige herbouw van de IJsselbrug na de oorlog. De enige foto die ik van hem kon vinden, is dan ook bij die gelegenheid gemaakt. Hij knipt net niet zelf het lint door waarvoor de minister de schaar vasthoudt.


Zwolle bedankt hem ook voor zijn inzet om een H.T.S. te stichten. Vanaf 1914 wordt daarvoor geijverd, aanvankelijk voor een M.T.S. (-de H.T.S. was nog niet bedacht-) en in 1952 komt de begunstigende ministeriële beschikking dan toch af. Dit is de tekst dienaangaande: “In 1948 vroegen B. en W. bij het ministerie een MTS aan. In 1951 kreeg het verzoek van het ministerie ‘de ernstige aandacht’. B. en W. traden in contact met de slapende vereniging, die werd voorgezeten door ir. F.S. Langemeijer, hoofdingenieur-directeur bij Rijkswaterstaat.”
Aanvankelijk onderwijs in de Ambachtsschool en het Gymnasium  Celeanum aan de Veerallee als noodoplossing. In 1954 begon men met de nieuwbouw aan de Assendorperdijk. Langemeijer haalt de opening van de school niet. Hij overlijdt na slechts vier jaar van zijn pensioen te hebben genoten in 1955.
De school wordt als hommage naar hem genoemd, al weet volgens mij niemand dat (meer) in Zwolle. 

Eenmaal op zoek naar Langemeijer-foto’s kom je er een aantal tegen van het bestuur van de ZGB, de Zwolse Gymnasiasten Bond.


Ongetwijfeld is de ene Langemeijer, Nini, F.S.’ dochter en Hein zijn zoon.
Ook die hebben dus gewoond in de Veenestraat op 21 vóór zij naar de Wilhelminastraat verhuisden.
Dat moet net voor 1950 zijn geweest, want Veenestraat 21 wordt nog door de internationale Rotary opgegeven als het adres voor de chairman van de Zwolse afdeling, die na het stof van WO II neergedaald is, weer wordt toegelaten tot Rotary International.
Langemeijer is ook lid van de Vereniging voor de Beoefening van het Overijssels Recht, maar naar het schijnt wordt hij pas lid van deze beetje elitaire club ná zijn benoeming tot Hoofd-Ingenieur Directeur en hij in de Wilhelminastraat woont. In de Naamlijst der Leden lees je veelal “de heer en mevrouw Zus-en-Zo”, maar de heer Langemeijer staat solo in de lijst.
De foto.  Rechts zit 'Nini' Langemeijer (aanhalingstekens omdat in het bevolkingsregister deze naam niet voorkomt). Haar officiële naam is Eugenie, naar haar grootmoeder. Zij is van 1919, geboren in St. Martin (Sint Maarten). Op haar elfde kwam zij wonen in de Venestraat. Jong genoeg om nog een paar jaar buiten te spelen.


Nog een aardig detail. In 1956 publiceert zij het boekje Dag dokter, daar ben ik (met 18 illustraties van  Leeflang-Oudenaarden). Een informatief boek, een beetje prentenboek, dat aangeboden wordt door N.V. Nutricia, Zoetermeer. Kennelijk om kinderen voor te bereiden op ziekenhuisopname.
Op de achterkant van het boekje staat een zwart/wit foto van het oude Sophia Ziekenhuis, in Zwolle.



Dat brengt me terug bij de vader. Hij heeft enkele waterstaatkundige rapporten op zij naam staan:
-        * Regelung der Stauhöhe in den Haltungen und des Abflusses unterhalb dfer letzten Staustufe in kanalisierten Flüssen bei ausgenutzter bzw. Nicht ausgenutzter Wasserkraft Deel 1 van XVI. Internationaler Schiffahrt-Kongresse, 1935 (20 pagina’s).
-        * Rapport Onrendabele Kanalen (1950). Langemeijer was voorzitter van deze tragisch ogende commissie
-       *  Rapport over de voors en tegens van een tweede verbindingskanaal tussen IJssel en Zwartewater (1953). Eindrapport van een commissie die voorgezeten werd door Langemeijer.
  
Zijn bijdragen aan de Westindische Gids zijn interessanter. Het aardige is bovendien, voor mij althans, dat mijn grootvader de redacteur is van dit tijdschrift, zelf ook uitgezonden geweest naar de West. Mijn grootvader was secretaris van de redactie en eindredacteur van 1933 – 1949; over zijn betrokkenheid bij de West Indische Gids en de West is te lezen:
http://www.kitlv-journals.nl/index.php/nwig/article/viewFile/5105/5872).
Hij en Langemeijer zullen dus zeker met elkaar gecommuniceerd hebben. 

De artikelen die Langemeijer  kunnen worden nagelezen bovendien, want de West Indische Gids is heel goed ontsloten door de digitale versies: Ik noem vier titels waarvan het laatste artikel het interessantst is. Met 'oorlogstijd' wordt hier uiteraard de tijd van de Eerste Wereldoorlog bedoeld. 
Langemeijer beschrijft hoe het scheepvaartverkeer naar de West en ook dat naar de Oost omgeleid werd via New York en hoe een ieder zich bewust was van het gevaar vanwege de nietsontziende Duitse onderzeeërs. De schepen waren overbevolkt en zijn vrouw en hij sliepen in gescheiden hutten met vreemden. Hij beschrijft ook de aankomst in New York en hoe het een probleem was dat hij toevalligerwijs twee weken voor het uitbreken van de oorlog in Duitsland en Oostenrijk (met vakantie) was geweest. En nog veel meer.
Aan het eind van dit bericht geef ik enige titels en vindplaatsen van Langemeijers West-Indische artikelen. Hij schreef er meer.

De tweede ZGB-foto. Tweede van links is 'Hein' Langemeijer. Ook 'Hein' is geen officiële naam. Hij is geboren op 26 september 1922 en op z'n achtste in de Venestraat komen wonen. Hij is vernoemd naar zijn oom Henri Cornelis Gerard. Die oom kom je op het internet veelvuldig tegen. Wat er van Henri geworden is, heb ik (nog) niet kunnen achterhalen.


De West-Indische Gids:

  • 1. Het klimaat en de natuurverschijnselen op onze bovenwindsche eilanden, februari 1934
  • 2. Van drie toppen van het Antillen-massief, een orogragfische schets van de Bovenwindse eilanden, 1943
    3. Korte beschrijving van de Grote Baai op Sint Maarten,
    4. Eene reis naar St. Maarten in oorlogstijd, april 1937