Posts tonen met het label 19. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 19. Alle posts tonen

maandag 24 november 2014

MEVROUW VAN MAANEN-DE BIE, NA ZESTIG JAAR

Meneer, mevrouw en de éénjarige Gerrit kwamen in 1950 in de Venestraat wonen, op nummer 19. In 1952 werd de wieg opnieuw ingewijd: door Joke.
Mevrouw Van Maanen heeft bijna negentig jaar achter de rug en woont nu in de Venus. (Nog altijd zijn we de verstandige straatnaamgevers in Zwolle dankbaar dat er geen Venusstraat in Zwolle is; voorkomt een boel verwarring.) Aan de Spoolderbergweg dus.
De motoriek van mevrouw verraadt haar hoge leeftijd, maar voor het overige is zij kraakhelder.

mevrouw Van Maanen - De Bie

Omdat zij altijd veel belangstelling voor de mensen en de dingen om haar heen heeft gehad, heeft mevrouw na zestig jaar nog veel te vertellen over de negen jaar dat zij hier woonde.

De heer van Maanen is al een poosje geleden overleden. Na 24 jaar huwelijk zijn meneer en mevrouw gescheiden.
Gerrit woont in België zojuist afgezwaaid als hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Maastricht en Joke woont in Zwolle.

Het komt goed uit dat mevrouw én zeer geïnteresseerd is in geschiedenis én beschikt over een formidabel actief geheugen. Tien dagen geleden heeft mevrouw met Gerrit nog een toertje gemaakt door Zwolle langs alle adressen waar zij heeft gewoond en hebben zij dus ook de Venestraat gepasseerd. “Nr. 19 zag er best keurig uit.”
De eerste herinnering die zij bovenhaalt is aan Gerrits vriendje van toen: Ben(nie) Meijer, die toentertijd aan de Oosterlaan (op nr.9) woonde, naast de zus van mevrouw van Maanen die met ene Langevoort was getrouwd (op nr. 10). Bennies vader was machinist en zijn moeder was een echte kattenvrouw. Het rook in dat huis ook penetrant naar kattepis. Bennie wilde daarom ook geen speelkameraadjes mee naar huis nemen. De katteliefde van mevrouw Meijer stond ook het sociale verkeer met de buren enigszins in de weg. Niet daarom trouwens heeft Gerrit geen contact met Ben aangehouden toen hij op tienjarige leeftijd uit de Venestraat verhuisde naar de Herenweg. De afstand is eenvoudig te groot voor tienjarige jongetjes. Maar mevrouw van Maanen leeft nog steeds met de met zijn gezondheid tobbende Ben, nu woonachtig in Zandvoort, mee.
Hoewel het alweer meer dan een halve eeuw geleden is dat de van Maanens vertrokken, krijgt mevrouw toch verschillende families de een scherper en de ander waziger voor haar geestesoog. De familie Willigenburg en in het bijzonder Frans(je) bijvoorbeeld, waarvan zij nog weet dat de heer des huizes rijexaminator was. In het café-restaurant annex theetuin en lunchroom dat bij De Jongejan behoorde, de uitspanning die gerund werd door de moeder van de Willigenburgen, de weduwe Johanna Willigenburg,  - daar gingen de van Maanens zo nu en dan tafeltennissen toen zij net getrouwd waren in 1948. Vrolijkheid dus.

Des te zwaarmoediger waren de woorden van de voorganger van de Hersteld Apolstolische Gemeente: ’s zomers woeien diens luide, indringende boetepreken door de openstaande ramen de tuin in. De heer en mevrouw Becherer was het kostersechtpaar. Maar van het kosteren alleen konden zij niet leven. De heer Becherer handelde daarom in snoepwaren. Maar soms was er niemand thuis als er een bestelling afgeleverd werd en dan deed de heer Becherer een beroep op mevrouw Van Maanen en die zette de dozen snoep dan zolang in het souterrain. De rest laat zich raden: Gerrit en zijn vrienden moesten nu proberen die dozen ongemoeid te passeren. Maar helaas Tantalus kreeg hen in zijn greep. Mevrouw van Maanen heeft zestig jaar na dato duidelijk minder begrip voor de kinderachtige verontwaardiging van de heer Becherer dan voor de kinderlijke wijze waarop Gerrit zijn onschuld trachtte te construeren. Die had namelijk verklaard dat het snoep afkomstig was van een winkeltje in de Hoogstraat. Vader op de fiets en naast hem Gerrit op de step zijn dat winkeltje nog gaan zoeken. Tevergeefs. “Ja”, zegt mevrouw Van Maanen met pretoogjes, “die Gerrit en Bennie dat was me een stel”.

Frits van Schubert was nog een graad ondeugender dan Gerrit en Bennie. Maar dat kwam misschien omdat zijn moeder Rie de Wilde een eigen kapperszaak (nr. 2) had en niet klaar zat met een theepot en één en al oor was als Frits en zus Marianne uit school kwamen. Fikkie stoken dan al die jongetjes op die leeftijd. Daarvoor hoef je niet speciaal in de Venestraat te hebben gewoond. Maar mevrouw Van Maanen dat Frits het te bont maakte.
Een lief jongetje was Ursmar Ronteltap, uit een heel groot katholiek gezin op nr. 23. Hij was een beetje angstig en vroeg voortdurend hoe laat het was, als hij kwam spelen. Toen Gerrit een keer voor de grap z'n jas verstopt had, was hij ook echt in paniek. Want o wee als hij te laat thuis kwam. Mevrouw  informeert met warme belangstelling  hoe het met Ursmar verder is gegaan. Echte meelij had zij met mevrouw Ronteltap die er meestal nogal afgetobt uitzag.

Gerrit mag dan een glanzende carrière als hoogleraar in de juridische faculteiten van Groningen en Maastricht hebben gehad, op jonge leeftijd kwam hij in aanraking met justitie als verdachte. Bennie en hij hadden namelijk van een hele zwerm fietsen in de Terborchstraat voor het districts arbeidsbureau alle banden laten leeglopen en de ventielen verzameld in lucifersdoosje. Gesnapt en mee naar het bureau. Een vierkante agent heeft hen mores geleerd: met een uit de kluiten gewassen potlood moesten er strafregels geschreven worden tot het potlood helemaal ‘op’ was.


In zijn afscheidscollege toonde de geëmeriteerde Gerrit zijn publiek zijn beide inspiratoren uit de zeventiger studentenjaren: Marx en Bakoenin. Maar hier op de foto hangt Hugo de Groot  boven z'n hoofd.
Nu schijnt hij, Gerrit, landvoogd te zijn in Wallonië, qua woonsituatie. Wellicht de conclusie van het poëtisch kader waarin hij zijn slotoratie had gezet, te weten het gedicht van Marsman over het groots en meeslepend te willen leven: hoort ge dat vader, moeder, wereld, knekelhuis. Let wel, de titel van dat gedicht luidt De grijsaard en de jongeling[1
Als in de Venestraat je bakermat heeft gelegen is er daarna nog veel mogelijk, moet zo ongeveer de moraal zijn. Bovendien was zijn vader goochelaar. De bron? afscheidscollege-prof-mr-gerrit-e-van-maanen 
Gerrits moeder: "Ja, de vrouwen in Groningen en Maastricht zagen wel wat in hem." Maar of Gerrit daarop wilde hinten met de keuze van dit gedicht, - dat lijkt me niet. Hoewel een commentator Gerrit juist prees vanwege zijn zelfspot.

Joke woont nog wel in Zwolle, is getrouwd met Theo Kolker. Maar Joke was een echt vaderskindje. Mevrouw van Maanen (zoals zoveel moeders) zou willen dat Joke wat vaker komt.

in de tuin in de Venestraat in het midden Gerrit en Joke 


Mevrouw Van Maanen heeft een verzameling mooie en ernstige verhalen. Hoe een zeer verdrietige mevrouw Dijkstra (nr. 14) geheel ongebruikelijk op straat haar boosheid de vrije loop liet op iemand die ze de deur uit had gewerkt. Hoe een hoffelijke meneer Dijkstra (nr.14 )kennis was komen maken met hun nieuwe overburen, de Van Maanens, en had verteld van het moeilijk te aanvaarden lot van hun zoon Coen die aan uitputting en ziekte was bezweken in Neuengamme.
Mevrouw Klinkert (nr. 20)  zocht contact toen een mevrouw, Jet Vreede, pas gescheiden die bij haar inwoonde in een depressie raakte en zij geen contact met Jet kon krijgen. Mevrouw Klinkert vroeg mevrouw van Maanen te hulp. Mevrouw Klinkert was er rond voor uitgekomen dat zij had gehoopt dat Hitler-Duitsland de oorlog zou winnen. De Russische communisten hadden haar familie van het familie-landgoed in Letland verjaagd en op hun beurt zouden de Duitse legers de Bolsjewieken moeten afstraffen en uit Letland moeten verdrijven. In ruil voor zoveel openhartigheid had mevrouw Van Maanen verteld hoe zij de oorlog had beleefd.  Afkomstig uit Zennewijnen, gemeente Ophemert, bekend van het klooster Mariënschoot. Toen werd het oorlog. Acht maanden lang schoten de Duitsers en de Engelsen aan weerszijden van de Rijn op elkaar, na het mislukken van de operatie market garden. Daar zat de familie De Bie min of meer tussen, zodat evacuatie naar het iets veiliger Wadenoijen in de rede lag. Daar nauwelijks aangekomen arriveerden de volgende dag een hele troep doodvermoeide, totaal versleten Duitse soldaten. Die hadden het Ardennen Offensief meegemaakt, herinnert mevrouw Van Maanen zich, maar waren nu vanuit midden België, onder andere door het centrum van ’s Hertogenbosch komen lopen, met door reusachtige paarden getrokken kannonen. Die zijn de rest van de oorlog gebleven, sliepen in het hooi en gedroegen zich voorbeeldig. Boerenjongens die met hun gastheer-boer over het agrarisch bedrijf keuvelden. De grote boerenkeuken was de centrale ontmoetingsplek. Drie maanden heeft deze symbiose geduurd. “Niks geen Nazi’s, deze eenvoudige soldaten,” had mevrouw Van Maanen tegen mevrouw Klinkert gezegd om aan te geven dat voor haar heus niet alle Duitsers even grote beroerlingen waren. Mevrouw Klinkert had zich dankbaar getoond voor deze nuance.

hoort ge dat vader, moeder, wereld

Na haar trouwen werd het jonge paar gehuisvest aan de Vondelkade, bij een weduwe die vanwege de woningnood moest gedogen dat de heer en mevrouw Van Maanen bij haar kwamen inwonen. Dat was echt behelpen. Er was bijvoorbeeld geen keuken. Toen hebben zij het benedenhuis in de Venestraat, nr. 19 gekocht. Daar was nog iets vreemds mee, want de weduwe Schaad die het huis verkocht had bedongen dat de familie Vahrmeijer eerst nog een half jaar in dat huis zou wonen. Maar het kan ook het gemeentelijk woningbureau zijn geweest die dat bedacht had. Enfin, toen zij er dan eindelijk ingetrokken waren wachtte een nieuwe verrassing. De riolering, gebaseerd op de beerput in de tuin, was verstopt. Als de wc van de familie Burbach die in het bovenhuis woonden, doorgetrokken werd, stroomde de inhoud over in de wc en de gang van mevrouw Van Maanen. Zij trekt nog altijd een vies gezicht bij de herinnering aan de dweil. Verschrikkelijk. Han Burbach leefde toen nog en was vertegenwoordiger in brandblusapparaten. Annie Burbach-de Bruin noemde zichzelf voordrachtskunstenares[2] maar was van origine rijkstelefoniste.
Aan de overkant woonde ook de familie Deiman. In hun huis werden bijeenkomsten transcedente meditatie georganiseerd waaraan ook werd deelgenomen door mevrouw Van Maanen. Mevrouw herinnert zich Wilma die voor dit soort exercities toen (no) te speels was. 
Voor de heer van Beekum had mevrouw van Maanen veel respect. Een groot, heel druk gezin en in zijn vrije tijd studeerde hij dan ook nog rechten. Hij heeft zich misschien wel 'doodgewerkt', denkt zij achteraf. Hij was ook diabetes-patiënt geworden. Klopt dat?

Meintje Bos herinnert mevrouw zich ook nog: die zat te zingen op de wc en dat hoorde je in de straat als daar een groot klapraam openstond. Meintjes vader was naar de smaak van mevrouw wel iets ‘te aanwezig’ en mevrouw Bos was een aardige, elegante vrouw. Maar waarom zij de zussen van der Moolen nou niet zo aardig vond, weet zij eigenlijk niet meer.
Zo blijven primaire gevoelens ten aanzien van mensen uit je omgeving na zestig jaar nog voor het grijpen al is de kennis van de feitelijke omstandigheden verwaterd.

Negen jaar heeft de familie Van Maanen in de Venestraat gewoond en zijn toen verhuisd naar de Herenweg. Na haar scheiding is mevrouw Van Maanen in de Wilhelminastraat kamers gaan verhuren.
idylle en nog niet compleet

Ad van Maanen trad op onder de artistennaam Ad de Lunes. In 1953 in Maastricht wordt hij alsvolgt 'ontmaskerd':


Ad van Maanen ewas zeer succesvol en trad ook op in het buitenland. In wedstrijen en concoursen haalde hij (eeste) prijzen. Maar zijn boterham verdioende hij toch vooral als vertegenwoordiger van de maatschappij I.V.B. die in ijzerwaren deed voor de bouw. In de jaren vijftig ging het dit bedrijf zeer voor de wind.


[1] De grijsaard en de jongeling
Groots en meeslepend wil ik leven!
hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis!
‘ga dan niet ver van huis,
en weer vooral ook het gespuis van vrouwen
buiten uw hart, weer het al uit uw kamer;
laat alles wat tot u komt
onder grote en oorlogszuchtige namen
buiten uw raam in den regen staan:
het is slecht te vertrouwen en niets gedaan. etc.

[2] Óp 22 november 1956 heeft zij bijvoorbeeld opgetreden in Hardenberg, althans dat kondigt De Toren, aan, voor de afdeling Hardenberg van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen, in Hotel Ten Cate.



dinsdag 15 oktober 2013

Naschrift Familie SCHAAD, met sneeuwballen

In mijn tekst over de familie Schaad (Venestraat 8, later Venestraat 19) had ik al te ondoordacht een opgave van een genealogische website voor waar aangenomen. Op die website wordt het echtpaar Schaad drie kinderen toegedicht. Hoewel ik er maar twee kon thuisbrengen. Mogelijk is een kind jong overleden, dacht ik. In die dagen werd kinderen meestal niet verteld dat er zich ook nog een catastrofe met een jong gestorven broertje of zusje voorgedaan had.
Maar Joanna Schaad, kleindochter, heeft mij geschreven dat er uit het huwelijk van haar grootouders twee kinderen zijn geboren.

Met dank aan haar en haar tante deze prachtige foto van de dochter des huizes, sneeuwballend in de tuin van Venestraat 19.
Aandoenlijk vind ik niet alleen de schietgaten van het sneeuwfort maar toch vooral de vlag.
Net als haar broer is zij arts geworden.


maandag 17 juni 2013

JONKHEER AEMILIUS VON BÜLOW
Venestraat 19



Tja, als je ziet in welke staat de huidige huisjesmelker, ene Strik uit Meppel, dit pand Venestraat 19 én 19a laat verloederen, zou je niet op het idee komen dat er niet alleen de directeur bouw- en woningtoezicht heeft gewoond maar ook jonkheer Von Bülow, met echtgenote en twee dochters, allen jonkvrouwen.

We weten over hem eigenlijk niet veel. Hij was inspecteur van de directe belastingen en is aan het eind van de jaren twintig overgeplaatst naar Zutphen, wellicht een stapje hoger in de strak getrapte hiërarchie van deze tak van de rijksdienst.

Zijn grootvader was jonkheer Arie von Bülow. Bij leven controleur van de belastingen in Dokkum, overleden in 1909 in Den Haag, op 80 jarige leeftijd. Toen die 13 jaar was, in 1841, is hij in de adelstand verheven. Die grootvader was natuurlijk ook adelijk getrouwd, namelijk -dichtbij- met Emilie Rosalie gravin van Rechteren Limpurg. Emilie werd op kasteel Rechteren geboren in 1836 en was dus acht jaar ouder dan haar man Arie.
Zij waren getrouwd in Kampen in 1863.

Daar is Aemilius ook geboren en hij komt in de militieregisters van Kampen voor. Zoals een belangrijk deel van zijn Duitse familie begon hij een militaire loopbaan.
De hamvraag is waarom werd Arie's vader (Aemilius' overgrootvader)  nu eigenlijk ingelijfd in de Nederlandse adel. Waarschijnlijk is er geen andere reden dan zijn 'hoge' geboorte.

Het werkt ook wel een tikje op de lachspieren hoe deze adellijke families aan ontzagwekkende (zo zal het tenminste toch bedoeld zijn) titulatuur kwam. In de advertentie waarin het overlijden van zijn schoonvader kond gedaan wordt, 2 april 1929, blijkt dat Jonkheer mr. Louis Albert Sigismund Jacques de Milly van Heiden Reinestein te zijn, burgemeester van Zuidlaren en gedeputeerde van de provincie Drenthe. De tweede helft van die naam is de achternaam. Aemilius von Bülow woonde in de Venestraat samen met zijn vrouw  jonkvrouwe H.C.D.C. von Bülow - De Milly van Heiden Reinestein (1885, Tynaarlo). Henriëtte Christina Dido Cecilia werd in de wandelgang "de Millij" genoemd.
Haar droevige overlijdensbericht, in 1933 (Zutphen) is uiterst sober; zij is nog pas 48 jaar en laat twee kinderen na die ook sober als R.M. von Bülow en E.R. von Bülow worden benoemd.
Deze twee meisjes zullen in de Nieuwe Haven (nr. 4) (inmiddels Luttekestraat) of de Terborchstraat (nr. 20) zijn geboren in respectievelijk 1914 en 1917.
De dan nog ongehuwde Aemilius was in 1913 uit Delfzijl naar Zwolle gekomen. In september 1913 vindt het huwelijk plaats met 'de Millij'.
Emilie Rosalie (E.R.) blijft ongehuwd en sterft in 1955 in Zeist. Hoe het jonkvrouwe Rolina Maria (R.M.) is vergaat, weet ik niet.

Ik zag in een recapitulatie van het Nederlandse adelsboek dat de naam Von Bülow in Nederland in 1997 is uitgestorven. Een reden te meer om te blijven proberen iets meer van deze mede-bewoners van de Venestraat te weten te komen.
Voor wie de naam Von Bülow geen belletjes deed rinkelen, ik dacht direct aan de Duitse Von Bülows, in het bijzonder aan de kanselier (een dubbelfunctie met die van minister-president van Pruisen) benoemd door keizer Wilhelm II nadat die zich van Von Bismarck had ontdaan: van 1900 - 1909. (Zat nog iemand tussen.)
Op het internet is gemakkelijk na te zoeken wat men als Von Bülows verdiensten beschouwd en dat men hem kwalijk neemt Wilhelm II in zijn Weltmachtanschauung gestijfd te hebben. Hij maakt deel uit van de kliekerige elite die de Eerste Wereldoorlog op z'n geweten heeft, op z'n minst als bevestiger van de heersende offensieve moraal in die kring.




Reichskanzler van het conservatieve type


De hele familie bestaat uit militairen en hoge ambtsdragers. Een hoofdrol te velde wordt bijvoorbeeld gespeeld door generaal-veldmaarschalk Karl von Bülow. De militaire historici hebben geen goed woord voor hem over. Hem wordt direct de nederlaag bij de Marne verweten in september 1914 en daarmee de nederlaag van Duitsland omdat vanaf dat moment Duitsland nooit meer Frankrijk op de knieën kon krijgen, zoals overigens Von Schlieffen voorspeld had.

blunderende generaal-veldmaarschalk


Wat de jonkheer van de vredelievende belastingdienst daarmee te maken heeft. Inderdaad, niets en hij was maar een aanleiding om toch weer even over WO I te beginnen..

Er is een familiefoto van de Von Bülows uit 1928, maar ik heb geen enkele aanwijzing dat de Nederlandse tak daarop vertegenwoordigd is. Maar familie is het.