Posts tonen met het label 25. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 25. Alle posts tonen

woensdag 6 augustus 2014

BERT STAS

Bert Stas is nu 87 jaar en woont nog zelfstandig, in Emmeloord. Van zijn kinderjaren in de Venestraat herinnert hij zich nauwelijks iets. Hij lijdt aan de ziekte van Parkinson.
Bert Stas (1926) heeft 20 jaar in de Venestraat gewoond, op nummer 25, van 1929 - 1949. Vanaf 1935 had de familie het Koningin Emma Meisjeshuis boven zich. De naaste buren, de familie Bodewes, heeft 'genoten' van de godvrezende samenzang van de koningin Emma meisjes. dat zal des te meer gelden voor de benedenburen, de familie Stas. Jammer dat de nu hoogbejaarde Stas niet meer is te bevragen naar deze en andere bijzonderheden in het leven aan de Venestraat.


Mevrouw Stas-Amelink en zoon Bert
De heer Stas (1898 - 1979), sr. was controlerend geneesheer voor de Rijksverzekeringsbank. Ik stel me voor dat hij een voorloper was van de regionale of provinciale geneeskundige inspectie. Hij was 26 toen hij in 1924 trouwde met de twee jaar oudere Emmy Amelink uit Hengelo. 
Berts moeder, mevrouw Stas-Amelink (1896 - 1976) heeft eveneens haar artsdiploma behaald, maar heeft de geneeskunde nooit beroepsmatig beoefend.

Heer en mevrouw Stas met Bert (1 november 1936)

Bert heeft een lange ambtelijke loopbaan doorlopen. Aanvankelijk werkte hij op de gemeentesecretarie in IJsselmuiden, later in Emmeloord op de secretarie van de gemeente Nootrdoostpolder.


Bert Stas

Voor de prachtige foto's ben ik de heer Bert Stas en zijn schoonzusje mevrouw Jeanet Bos heel erg dankbaar.

woensdag 20 november 2013

KONINGIN EMMA MEISJESHUIS


De Nederlands Hervormde Vereeniging Kinderzorg dateert van 1907 en was in het statige pand op de hoek van de Ter Borchstraat en de Hertenstraat het Juliana Kinderhuis begonnen. Dat is waar meer dan 100 jaar later de Zwolse welzijnorganisatie Trias nu De Uitwijk runt en krisisopvang biedt aan normaal begaafde jongeren tussen de 12 en 16.
Nog vóór de oorlog begon Kinderzorg in de Venestraat, nummer 25a, een dependance: het Koningin Emma Meisjeshuis , een ‘tehuis voor werken meisjes’. 
 Dat althans blijkt uit een bericht van 10 oktober 1940 in de Zwolsche Courant waarin door een Comité van Aanbeveling van tien notabelen wordt opgeroepen geld te geven. Meisjes die buiten hun schuld hun ouderlijk huis moeten missen worden hier verzorgd en opgevoed, uiteraard tot ‘godvruchtige’ vrouwen.
Eerder al, in de Zwolsche Courant van 12 mei 1940,  werd aan de jeugdzorg warme aandacht besteed en daarbij werd ook duidelijk wat de functie is van het meisjeshuis in de Veenestraat: "Hier worden de meisjes opgevangen die vanwege de op de Noord-Veluwe veel voorkomende  onzedelijkheid der ouders uit huis geplaatst worden."
Ds. J.J.P. Valeton was de drijvende kracht achter de Vereniging Kinderzorg Zwolle, een Nederlands Hervormde Voogdijvereniging die nog steeds bestaat en actief is, zij het niet in de Venestraat.

De oude naam is verwijd tot  Protestants Christelijke Vereniging voor Jeugd- en Kinderzorg maar na nog een fusie is dat nu de Stichting Kinderperspectiuef  die nog altijd in datzelfde deftige huis in de Ter Borchstraat zetelt.
“Kinderzorg 1939.  Cijfers die tot nadenken stemmen. De secretaris-directeur, ds. J. J. P. Valeton[i] presenteert het jaarverslag uit. In dezen tijd, zoo ving hij aan, waarin duizenden en duizenden kinderen uit hun woningen verdreven worden is de vraag gewettigd of er nog wel belangstelling bestaat voor een in verhouding kleine arbeid als de verzorging van het verwaarloosde kind. Zes en zestig kinderen kreeg de vereeniging dit jaar te verzorgen. Bij het einde van 1939 waren 472 voogdijkinderen aan de zorgen van de Vereeniging toevertrouwd.
Uit het arrondissement Zwolle kwamen 29 kinderen uit zestien gezinnen, waarvan 8 uit de stad Zwolle zelf.  Bij de meeste van deze gevallen was onzedelijkheid der ouders aanleiding voor de ontzetting uit de ouderlijke macht. Ds. Valeton wees in het bijzonder op de omstandigheid, dat de Noordelijke Veluwerand het grootste aantal leverde. Die gevallen waren alle een gevolg van onzedelijkheid.
Van de vele voorbeelden, waarmede de heer Valeton het verslag op scherpe wijze toelichtte, noemen we dat van de moeder, jong weduwe geworden, die met plezier afstand deed van al haar zeer jonge kinderen, waarvoor ze toch al niet meer zorgde, omdat ze nog wat aan haar leven wilde hebben.
De vraag dringt zich op, of een dergelijke vrouw niet gestraft kan worden. Of ze zoo maar haar kinderen aan de gemeenschap kan overlaten en of het eigenlijk niet beter was, dat zij ze hield!
Ook achtte spreker het noodzakelijk, dat de vonnissen uit de ouderlijke macht betreffend, in het openbaar worden uitgesproken. De ouders zeggen thans, dat ze vrijwillig afstand van de kinderen deden en zy onttrekken zich op die wyze aan de schande, die als straf gunstig kan werken. Het toezicht werd in 1939 weer uitgeoefend door freule Mackay. Tenslotte besprak ds. Valeton de gestichtsverpleging.  Zij geschiedde in het Kinderhuis en het Meisjeshuis. In het Juliana Kinderhuis waren in totaal 158 kinderen. Er vertrokken 107 kinderen, zoodat er aan 't einde van 't jaar 51 waren. Het Kinderhuis is ingericht voor 56 kinderen en het is dus geregeld zeer vol geweest.  Ook het Meisjeshuis Koningin Emma was geregeld vol. In het meisjeskamp hebben 25 meisjes zeer genoten in het voorbije jaar.”
Maar de dependance vermenigvuldigt zich. Eerst wordt het pand benedenpand, nr. 25, en later ook nummer 23 toegevoegd en aan zijn woonbestemming onttrokken. 
Het complex heeft in de loop der jaren verschillende functies gehad, maar wel steeds in de sfeer van jeugdhulpverlening en kinderopvang. In de moderne tijd is het een Kamer Trainings Centrum geweest op de bovenste verdiepingen en kinderdagverblijf De Til op de onderste verdiepingen.

Uit de geschiedenis van de vereniging leest men hoe in 1951  de accommodaties van de vereniging in Ter Borchstraat en Venestraat een duidelijke modernisering ondergaan. De courant besteedt er enthousiaste aandacht aan:
24 januari 1951. Mijlpaal voor Kinderzorg. Julianahuis werd ‘opengegooid’. Ruimte, licht, contact met de buitenwereld.
“Op deze wijze hebben we getracht de sfeer van het inrichtingsleven wat te breken en de kinderen in aanraking te brengen met het leven ‘daarbuiten’ “.
Dit laatste zinnetje vonden we in het jaarverslag over 1948 en het volgde op een opsomming van een serie uitjes, filmavondjes, muziekmiddagen e.d. voor de kinderen georganiseerd. Het typeert uitstekend de leidende gedachte, welke het bestuur van de vereniging en de directeur, de heer G.C. van Mourik, bezielt bij hun mooie werk. Men wil de kinderen in contact brengen met de maatschappij, hen niet langer opsluiten in een donker huis met ramen, die tralies hebben en een kale tuin die beheerst wordt door hoge muren.Geen matglas meer. (...) Gisteren, toen de kindermaatschappij op volle toeren draaide zijn we een uur lang door het vergrote en vernieuwde gebouw gewandeld. In de moderne badkamer met de frisse douchecelletjes betrapten we twee kleine peuters, die om het hardst bezig waren zich schoon te boenen, in de keuken wezen de meisjes die er bezig waren ons trots het geweldige, nieuwe fornuis dat het koken tot een lust maakt en op de bovenverdieping  -die merkwaardige verdieping die vorig maar zó is opgevijzeld zodat de kap geruime tijd niet op het huis maar op biertonnetjes steunde-  op die verdieping ontdekten we dat de grotere meisjes van het Julianahuis niet meer op een zaal slapen doch ieder een eigen kamertje hebben met een vaste wastafel.
Achter in de tuin staat de dependance van het huis, een ruim pand aan de Venestraat, waar de jongens en de werkende meisjes huizen. Ook deze woningen, die pas in gebruik zijn genomen, zijn helemaal opgeknapt en hebben niets meer van een “gesticht”, maar alles van een huiselijk onderkomen. De reacties van de kinderen op deze veranderingen zijn merkwaardig goed. Waar er vroeger nog wel eens strubbelingen waren en waar het nog wel eens wilde voorkomen dat een van de bewoonsters wegliep, daar gaat nu alles zoals men maar wensen kan. In het Julianahuis zijn 62 kinderen. In “De Til” aan de Venestraat zijn 15 jongens en tenslotte vinden 13 werkende meisjes plaats in de  dependance aan de Venestraat.


Een merkwaardige episode betreft het verzoek van de afdeling voor Bijzondere Jeugdzorg van het Departement van Justitie om N.S.B.-kinderen te willen overnemen. Dat waren de kinderen van geïnterneerde ouders. Gelukkig is daar door het departement zelf een stokje voor gestoken. Nadien is er niets meer over deze kinderen vernomen. De overblijvende 'gevallen' zijn als ‘normale voogdijgevallen’ aanvaard.

Dan gaat het snel met de jeugdhulp-verlening en in 1976 vindt de lang gewenste reorganisatie plaats. De vereniging (stichting) heeft in de Aa-landen drie nieuwe groepswoonhuizen tot stand gebracht voor een gezinsvervangende opvoeding. De bewoners van het Emmahuis gaan als groep in zo’n huis wonen en twee groepen uit het Julianahuis in de twee andere huizen. Het Julianahuis wordt herdoopt in De Uitwijk en wordt noodopvang in crisissituaties en doorgangshuis, terwijl Venestraat 25a nu een ‘jongerenpension’ oftewel ‘kamertrainings-centrum’ wordt, met beneden het kinderdagverblijf De Til.
Voor een globaal beeld zijn we op 31 december 1976 in De Uitwijk 15 kinderen, in de groepswoonhuizen 35, in het jongerenpension 12, en in De Til 29 waarvan 12 voor halve dagen.


Met een grote sprong naar de moderne tijd, vanaf 1993 tot 2005 is behalve wat kantoor-ruimte het kinderdagverblijf de enige, beeldbepalende gebruiker van het complex. De stichting Stad en Welzijn heeft dan het kinderdagverblijf De Til onder haar hoede gekregen. Deze stichting verleende in de loop der tijd in de Venestraat ook gastvrijheid aan een reeks organisaties voor sociale dienstverlening.
In 2005 volgt de verkoop van de gehele accommodatie aan een speculatieve projectontwikkelaar, AXEON, en verhuist De Til naar Zwolle Zuid.


Vanaf dat moment, in 2005, staan de panden leeg, ten prooi aan verloedering, en zijn zij de inzet van een verbeten strijd tussen eigenaar, gemeente en buurtbewoners, waarmee zich op een goed moment ook een B.V. komt mengen die een soort beschermd wonen voor studenten met een autisme beperking wil onderbrengen in de panden. STUMASS staat voor STUdenten Met een stoornis in het Autisme Spectrum.


Uiteindelijk wint AXEON het rechtsgeding in 2013 en mag zij STUMASS de gelegenheid geven studenten-met-autisme te huisvesten bij wijze van meergezinsbewoning.  STUMASS heeft dan geen belangstelling meer en AXEON verkoopt de panden aan particulieren die er toch weer huizen voor gezinsbewoning van maken, precies zoals de gemeente en de buurtbewoners hadden gewild.    
De bewoners van de Venestraat leefden in vrede met het kinderdagverblijf dat immers 's avonds en in de weekends was gesloten. Ergernis ontstond er toen de ouders van de creche-kinderen de gewoonte ontwikkelden om hun kinderen per auto te komen halen en brengen. Daar was in feite helemaal geen gelegenheid voor en leidde regelmatig tot gevaarlijke situaties en crashes. Zo verontschuldigde één der ouders zich schriftelijk voor het aanrijden van een geparkeerde auto voor de haast waarmee zij haar kind naar de crash had gebracht. 

De Til heeft de Venestraat verlaten in zit nu in Zwolle-Zuid in de burgemeester van Walsumstraat.    





[i] Deze ds (dominee)  J.J.P. Valeton is 19-07-1941 op 57-jarige leeftijd overleden. In 1913 was hij secretaris geworden van de vereniging Kinderzorg. Hij ‘stond’ toen in Weerselo en nam in 1916 een beroep aan naar Giethoorn. Daar vroeg hij vervroegd emeritaat aan om zich in Zwolle, aan de Oosterlaan, te kunnen vestigen als secretaris-directeur van Kinderzorg. Een maatschappelijk zeer actieve man die ook het initiatief voor het Koningin Emma Meisjeshuis genomen had.

zondag 13 oktober 2013

Staatsspoor ingenieur CRANS sterft jong

Marius (Hendrik) Crans trouwt laat. Hij is al 35 als hij in 1915 in het huwelijk treedt met de vier jaar jongere Bertha (Johanna) Boddé.
Zij zijn de eerste bewoners van Venestraat 25. Marius en Bertha krijgen er drie kinderen: Bertha in 1916, Marius in 1917 en Ida in 1919.

Er zijn nog maar weinig huizen bewoond. Mejuffrouw S. Cleef en mevrouw van Deventer bewonen 19 en 19a en wethouder van Gorcum, die ik hier al heb geportretteerd, woont boven de Cransen op 25a.
Aan de overkant zijn de nummers 16, 18, en 20 nog onbewoond en om dit gezelschap 'eerste bewoners' compleet te maken op nummer 2 woont de familie Helder, directeur van de biscuitfabriek NV E. Helder & Co (kom ik zeker nog op terug), een zekere Ghert van Wijk (weet ik nog eigenlijk niks van), de onderwijzer A.P. Vrijburg die op verschillende adressen in de Venestraat heeft gewoond, J.H. Schaad (over wie ik al uitvoeriger berichtte en die later woont op nr. 19), een zekere De Groot, handelsagent op nummer 10. Boven hem woont het gezin van Dugour, leraar aan de handelsschool. Naast hen op nummer 12 mevrouw Meinen en op 12a mevrouw Metz. En ook nummer 14 is dan net bewoond, door de familie Nijman, de exportslager uit Hardenberg over wie ik het ook al ruimschoots heb gehad.

Terug naar Crans. Marius Crans, geboortig in Den Haag, heeft in Delft gestudeerd en hij heeft daar zijn werktuigkundig ingenieursdiploma behaald in 1901.
Eén jaar later treedt hij in dienst bij de Mij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen als aspirant-adjunct-ingenieur. Je mag dan wel een mooi diploma hebben behaald, enige bescheidenheid is voor en jonkie wel zo gepast.
De centrale spoorwerkplaats, aanvankelijk in Breda, is zijn domein. Later heet dat de Dienst Tractie en Materieel en daarna de Dienst materieel en Werkplaatsen. Dan is Crans al opgeklommen tot ingenieur tweede klasse.
In 1913 krijgt Crans een overplaatsing naar Zwolle.
Waar hij dan zijn intrek weet ik niet, wel dat hij na zijn huwelijk in 1915 in de Venestraat gaat wonen. Hij is dan 35 en zal wel wat hebben gespaard.
In 1920 staat er in de courant dat M.H. Crans is bevorderd tot ingenieur der eerste klasse.
Vermoedelijk verhuist hij in 1923 naar de Oranje Nassaulaan.
Hij krijgt in 1928 een mooie bevordering en wordt afdelingschef in Utrecht. Hij gaat wonen in Bilthoven.

Maar dan slaat het noodlot toe en wordt een mooie loopbaan ruw gestuit. Crans was al langer ziekelijk en ziek. Je krijgt de indruk dat hij aan tuberculose leed. Op zijn 47 ste overlijdt Marinus Crans.



In een necrologie  in magazine De Ingenieur, 1928, nr. 39, wordt zijn loopbaan gedetailleerd weergegeven. Ook wordt beschreven hoe hij regelmatig ziek te bed lag en dan medewerkers en collega's thuis ontving om de technische complicaties  van het werk te bespreken en aanwijzingen dan wel advies te geven.
Hij was bescheiden en deskundig en daarenboven een 'voorbeeldig echtgenoot en vader'.


Centrale Werkplaats Zwolle 1 april 1932


Marius Crans was een beminnelijk mens. De necrologie eindigt met de woorden: "Want Marius Crans gaf aan zijn gezin -en daarnaast aan zijn vrienden- den schat eener schoone herinnering."

Het zou mooi zijn als we contact kregen met een kleinkind, al was het maar voor een foto van het gehele gezin in de Venestraat. Hun dochter Ida (uit 1919) zou nog in leven kunnen zijn, van haar oudere broer en zus is een sterfdatum bekend.


Treinen van dit type werden in Breda en Zwolle geproduceerd in de periode 1901 - 1907. Foto van buurtspoorweg in Boekelo.




vrijdag 5 juli 2013

DOKTER STAS en LAMMERT SIKKEMA, ARTS

Venestraat 25 resp. Venestraat 23

De arts Lambertus Stas (1898 – 1979) en zijn vrouw Henriëtte Stas-Amelink (1895 – 1976), waren de laatste bewoners van Venestraat 25 vóór dat huis in 1950 aangekocht werd door de Vereniging Kinderzorg als uitbreiding van het ‘Koningin Emma Meisjeshuis’ op nummer 25a dat een dependance was van het Julianahuis aan de Terborchstraat, hoek Hertenstraat (De Uitwijk).
Nr. 25a biedt vanaf 1935 onderdak aan ‘werkende meisjes’, die als het ware uit huis geplaatst waren, veelal afkomstig van geïsoleerd platteland. Uit de jaarverslagen kan men opmaken dat het om kind-slachtoffers ging van armoede, verwaarlozing en misbruik. Op de Vereniging Kinderzorg en de dependance in de Venestraat, die in de laatste jaren als "Kinderdagverblijf  De Til" peuters en kleuters opvangt, kom ik nog terug.

L. Stas dus, - betrekt zijn nieuwe huis op 12 oktober 1929. Lambertus heet soms ook Lucas en Leo. Hij heeft eerst in Amsterdam gewerkt, nadat hij in 1923 voor zijn artsexamen slaagde. Hij is in 1924 in Doorn getrouwd met Henriëtte Amelink, eveneens arts, en neemt één kind mee naar Zwolle. Is dat de dochter M.E. Stas die in 1945 apotheker wordt?


Natuurlijk gebruik ik onder andere google en als zoekterm typte ik dokter Stas. 
En daar verschijnen verschillende exemplaren van een dokterstas.

Hij en zijn vrouw zijn de eerste artsen in de Venestraat, de jonge Schaad is de derde, mejuffrouw M.J. Kalsbeek in de jaren 70 op nummer 3 is de vierde en Jan ten Berge, de huidige bewoner van nummer 18 maakt een kwintet vol.
Zijn eerste baan, zo lijkt het, is geneeskundige bij de medische afdeling der rijksverzekeringsbank; Stas wordt als zodanig benoemd per 1 augustus 1924, voor alsnog tijdelijk, maar uiteindelijk blijft hij in dienst tot 1 augustus 1949, waarbij hij en aantal stappen maakt tot een soort hoofdinspecteur.
Het stel verhuist nu naar Doorn. Daar kwam hij vandaan. Daar was hij kind en daar stond zijn ouderlijk huis. 
Stas is in 1949 een ongeluk overkomen en daarvan ondervindt hij blijvende gevolgen. Dat blijkt uit zijn bedankbriefje voor een financiële commissie van het Medisch Contact. Of dat ongeval ook de reden is om naar Doorn te verhuizen? En of hij daar een artsenparktijk begint? Ik vind geen spoor meer van hem in de jaren vijftig.
Ik kan er niet achter komen of mevrouw ook werkt als arts.

Ik ga nog op zoek naar een rapport dat Stas na de oorlog, in 1946, geschreven  heeft als ‘medisch contact’ voor de overheid (de bezetter?) destijds als lid van de Evacuatie-Commissie ter voorbereiding van een eventuele vanwege oorlogsomstandigheden gewenste evacuatie van het R.K. Ziekenhuis en het Sophia Ziekenhuis naar Dalfsen. In verschillende steden met ziekenhuizen was een dergelijke evacuatie commissie, lijkt het.

Altijd leuk om vanuit de Venestraat een relatie te leggen naar de grote buitenwereld. Welnu, de Rijksverzekeringsbank was in 1901 opgericht om de nieuwe Ongevallenwet uit te voeren. Dat was de eerste verplichte sociale verzekering, die zorgde voor een uitkering na een bedrijfsongeval. De Rijksverzekeringsbank moest de premies innen en de uitkering toekennen. De Rijksverzekeringsbank werd in Amsterdam gevestigd, omdat voor de financiering van de ongevallenverzekering een deel van de premies moest worden belegd in effecten, en daarvoor moest het bankpersoneel op het Damrak zijn. In 1956 veranderde de naam in Sociale Verzekeringsbank.




Tot ver buiten Amsterdam raakte deze bankinstelling bekend en beroemd vanwege haar huisvesting in het door Berlage bedachte Plan Zuid: Berlage brak in zijn Plan Zuid met de wijze waarop tot dan toe in Amsterdam gebouwd was. In plaats van de benauwde straten van de 19de-eeuwse stadsuitbreidingen ontwierp hij helder vormgegeven buurten met ruime wegen. Het nieuwe stadsgedeelte moest brede lanen krijgen en royale pleinen en hoofdstraten, maar ook intieme zijstraten en verrassende doorkijkjes.

Lang na Stas’ benoeming verrees op de door Berlage uitgespaarde cruciale plek de door architect Dirk Roosenburg ontworpen 7 verdiepingen hoge witte Rijksverzekeringsbank. Onder die zeven verdiepingen een laag, cirkelvormig gebouw met veel glas, bestemd voor het archief van de Rijksverzekeringsbank. De ronde vorm sloot aan bij de ronddraaiende kaartenbakken van het archiefsysteem. 
Stas zal hier zijn thuisbasis gevoeld hebben en met trots acte de présence gegeven hebben.

Of Lammert Sikkema de opening van dit gebouw heeft meegemaakt, is twijfelachtig. Hij was controlerend geneeskundige van de rijksverzekeringsbank maar overleed op 7 april 1936 te Leiden. Niet oud naar onze begrippen maar toen vast wel. Hij was geboren op 31 juli 1864 in Wirdum. We hebben op het internet twee foto's van hem gevonden (op één daarvan is hij 17 jaar) en een foto van zijn vrouw én van hun dochter, Bauck.
In 1924 verhuist Sikkema naar Wilhelminastraat 20a. Zwolle is zijn aangewezen standplaats. De bank heeft dienstkringen gemaakt en Sikkema is de man van de dienstkring Zwolle.

Op 27 mei 1892 deed hij met goed gevolg het artsexamen in Amsterdam. Dorpsdokter was hij van 1892 tot 1915 in Hellum (Gr) en van 1917-1918 te Huizum (vlakbij Leeuwarden). 
Daarna wordt hij benoemd tot controlerend geneeskundige en woont daartoe van 1918 tot 1929 in Zwolle. Daarna naar Leiden verhuisd.
Dat zijn dochter biologie gestudeerd heeft, zegt wellicht iets (progressiefs) over de sfeer in het gezin. Zij is in 1922 in Zwolle getrouwd, geboren in Hellum. Zij zal niet of nauwelijks in Zwolle hebben gewoond.























Mevrouw Sikkema: Aleida Sinnighe Damsté. Hierboven dochter Bauck.