woensdag 25 juni 2014

DE FAMILIE RONTELTAP

RONTELTAP, HET GROOTSTE GEZIN UIT DE VENESTRAAT




Op deze foto staan 13 kinderen. Maria, het negende kind, is maar drie maanden oud geworden. Eduard, de vierde telg, verdronk toen hij zes jaar was. 
Het copyright voor deze foto berust bij André Ronteltap. Een aantal onderstaande foto's komt ook uit zijn verzameling en een ander deel is overgenomen uit het album van Ursmar Ronteltap. 
Met dank!
 

Ursmar Ronteltap is de jongste van het grootste gezin dat ooit in de Venestraat woonde. Zij waren met z’n vijftienen in dit streng katholieke gezin: de ouders Henk en Anna, zes dochters, zes zonen én Ursmar. Al is het nu al bijna een mensenleven lang geleden, het huis aan de Venestraat, nr. 23, staat Ursmar helder voor ogen. Hij woonde er acht jaar: van 1949 - 1957, van zijn tweede tot zijn tiende.
Ursmar is alweer een poosje met pensioen en nu hij de camper  ingeruild heeft voor een middenklasser heeft hij tijd genoeg voor zijn Märklin-treinen. Op deze foto en op dit station vervult hij overigens een gastrol want zijn eigen emplacement is vooral een technisch hoogstandje en daaraan ontbreken huisjes en boompjes. Met die technische insteek drukt hij alsnog de sporen van zijn vader en broers die (bijna) allen vooral technisch geïnteresseerd waren én technisch waren geschoold en in technische beroepen werkzaam. Ursmar droomde er ooit van bouwkundige te worden. Zijn vriend Flip Holvast (van nr. 9a) is architect geworden, Ursmar werd chef-kok.

De pater familias, Henk Ronteltap (1903 - 1964) was carosseriebouwer. André (1944), de op één (Ursmar) na jongste zoon, vertelt dat zijn vader werkte voor B.T. van Rijswijk, een bedrijf in Voorburg dat een aantal chassis had verworven uit de failliete boedel van de befaamde autofabriek Spijker. De herinnering aan dit bedrijf wordt in leven gehouden met een prachtige geïllustreerde website (carrosseriebouwers B.T. van Rijswijk, Voorburg) Wij kijken naar het prachtige koetswerk in de wetenschap dat tot 1932 Henk Ronteltap de hand heeft gehad in een aantal van deze prachtstukken.

In Voorburg zijn de eerste zes kinderen geboren, waarvan er vijf zijn overleden: Agaath (1926 – 1972), Jo (1927 – 2006), Kees (1928 – 1997), Nico (1930 – 1993) , Eduard (1931 – 1938). Lies (1932) woont momenteel in een verpleeghuis.
Of de oudsten ook metterdaad tot het gezin behoorden toen de familie in de Venestraat woonde, lijkt me niet.
Jo is kloosterling geworden en had de naam zuster Ursmar aangenomen. Zij was de meter van haar jongste broer Ursmar. Jo is verzocht het klooster te verlaten wegens onverenigbare meningsverschillen. Aan een dergelijke verzoek kun je niet geen gevolg geven.
Kees heeft na zijn huwelijk met Rie bij zijn ouders ingewoond en had een deel van de eerste verdieping tot zijn beschikking. Hij was een zeer kundig technicus. Hij was meester stempelmaker, bij Philips, met zeer veel inzicht hoe bewerkingsmethoden beter en sneller konden. Kees'collega's namen hem niet in dank af dat zijn vindingen ertoe leidden dat de beschikbare tijd om een product te maken door Philips steeds verder werd verkort.
Nico is overleden in de Verenigde Staten waarheen hij geëmigreerd was nadat hij zijn kloosterbroeders vaarwel had gezegd. Hij trouwde met een veel jongere vrouw en verdiende de kost in een technisch bedrijf.
De beeltenis van Eduard heeft altijd in een prominente plek gehad aan de wand in huize Ronteltap. Hij verdronk op zesjarige leeftijd in een vijver in Amstelveen. Maar Theresia, André en Ursmar herinneren zich niet dat er ooit nog door hun ouders een woord over hem is gesproken noch over Marietje die slechts drie maanden oud geworden is en van wie André de enig bestaande zwaar beschadigde foto heeft opgewerkt tot een aanvaardbaar beeld. Theresia heeft haar moeder veel later nog eens horen zeggen dat zij toen twee dagen heeft gehuild maar toen besloot dat zij verder moest.
Het gezin is in 1932 van Voorburg naar Heerlen verhuisd. Vader Henk werd daar leraar lassen, vuur- en plaatwerken aan de ambachtsschool. Rechardus (1933), Thomas (1934) en Marietje (1936 - 1936) zijn daar geboren. Thomas was ook werkzaam in een technisch beroep en woont in Neede. Hij haalde de krant toen zijn tuin werd vernield door een stelletje onverlaten.
Hoe het Rechardus is vergaan, is (mij) onbekend.
Theresia (1938) is de enige die in de periode Hulst werd geboren. Vóór haar trouwen met de onderwijskundige Scholten, die het tot directeur van de Theodoor Heerkensstichting bracht (de Zwolse koepel van RK-onderwijs), was zij verpleegster.
Van de vier kinderen die in Amstelveen zijn geboren, is Richard (1940 - 2001) de bekendste geworden. De necrologische tekst in Trouw neem ik over:
“Ruim twintig jaar lang zorgde VVD'er Richard Ronteltap voor commotie in de Amsterdamse politiek. Het oud-raadslid en stadsdeelvoorzitter was een markant politicus, die hield van het politieke spel en nooit van zijn standpunt afweek.
De 60-jarige Richard Ronteltap werd gisteren dood gevonden bij het Duitse Freiburg. Hij was op vorige week maandag -3 december- in 'overspannen toestand' van huis gegaan. De oud-politicus werd gevonden nadat het tv-programma 'Opsporing verzocht' een oproep deed. Hij had al langere tijd psychische problemen en was onder behandeling van een psychiater. Ronteltap begon in 1979 als gemeente-raadslid. De sociaal geograaf hield zich vooral bezig met woningbouw.
In 1990 stapte hij over naar het stadsdeel Zuid, waar hij nog eens tien jaar voorzitter was. Vaak zorgde de VVD'er voor ophef. Zo pleitte hij jarenlang voor de sloop van het Olympisch Stadion in Amsterdam-Zuid, ten gunste van nieuwe huizen. Maar zijn tegenstanders wonnen: het stadion werd in oude glorie hersteld.
Ook de plannen voor de verbouwing van het Museumplein die onder zijn voorzitterschap werden gemaakt, zorgden voor een storm van reacties.
De kritiek verstomde snel na ingebruikname van het plein aan de voet van het Rijksmuseum, nu verrijkt met veel gras en een vijver. Vorig jaar oktober trad Ronteltap af, na een knallende ruzie met de PvdA over het parkeerbeleid in het stadsdeel.
Ronteltap heeft meegeschreven aan het landelijk verkiezingsprogramma van zijn partij. Tot vlak voor zijn dood gaf hij cursussen aan beginnende kamerleden.

Eligia (1939 - 1975) en Marie-Louise (1942 - 1985), geboren in Amstelveen, zijn jong gestorven. Eligia was 35 en Marie-Louise 42.
André (1944) is de laatste uit de Amstelveense periode. Na de Ambachtsschool en de U.T.S. had hij naar de H.T.S. gewild. Door het overlijden van zijn vader is dat plan niet doorgegaan. Hij volgde een technische loopbaan bij Philips aan de Ceintuurbaan hier in Zwolle.
Als kind was André al in de weer met met latjes en lijm om vliegtuigjes te construeren waarvan hij de luchtwaardigheid testte door ze van het balkon te lanceren. Nee, piloot in de burgerluchtvaart heeft hij nooit willen worden, maar de vliegtuigconstructies en uiteindelijk ook het zelf vliegen is hem blijven boeien. Hij heeft een mooie eigen website waarop zijn modelvliegtuig hobby alsook zijn schermvliegkunst te zien is: http://www.andre-ronteltap.magix.net/
Het nakomertje uit de Van Karnebeekstraat, nr. 87a boven clichéfabriek De Bruyn, Ursmar, wilde graag zo spoedig en letterlijk mogelijk eigen boontjes doppen. Zijn passie was de keuken en vóór zijn twintigste zwaaide hij al het langste koksmes in pension- restaurant later hotel Dennenheuvel in Epe. Hoewel hij onderkent soms verwend te zijn en de rolschaatsen kreeg die voor de oudere kinderen nooit weggelegd waren geweest, heeft hij bepaald onprettige jeugdherinneringen. 

Het kindertal van vijftien was volgens Ursmar veel te groot voor zijn ouders. Hij wijt deze overdaad aan het tirannieke rooms katholieke geloof dat zijn ouders aanhingen. Het zou hem ook niet verbazen als al zijn broers, als zij daar eens voor zouden gaan zitten, ervaringen hebben met de vleselijke lusten van de dienaren van de kerk, in meer of mindere mate. Spreekwoordelijk werd hem toegevoegd dat hij 'het beste bidden kon' van allemaal. Want na elk kindje werd weer gebeden dat het toch de laatste mocht zijn. Pas met zijn geboorte, zijn moeder was toen 44, is het gebed verhoord.

Een veelbetekende herinnering haalt André op. Met Wim Holvast was hij op zekere dag stekelbaarsjes gaan vangen in de weilanden aan de andere kant van de hoge spoorbrug. Tot zijn moeder hem mistte en alarm sloeg. Er werd iemand op uit gestuurd om hem te zoeken. Die kwam terug met de onheilspellende mededeling dat André noch Wim te vinden waren, maar dat er wel een en ander in de sloot dreef. De onnozelaar veroorzaakte zodoende een enorme opwinding in de hele straat. Maar daar verschenen nietsvermoedend de beide vrienden met elk een pot vol stekelbaarzen en een schepnet over de schouder. De moeder van Wim sloot onder tranen haar verloren zoon in de armen. Hoe anders was de ontvangst in huize Ronteltap. André kreeg geweldig op zijn falie en de baarzen gingen linea recta in de afvoerput. Ongetwijfeld waren beide moeders even opgelucht.

Ursmar voelt wrok voor het ontbreken van een stimulans, het tekort aan genegenheid en aandacht. Voor een gezin is vijftien veel en veel te veel.
Keeper in dit elftal is Frans Willigenburg
Maar ook praktisch, André heeft twee gespreide armen nodig om de hoeveelheden aardappels aan te duiden die iedere dag geschild moesten worden, door de dienstdoende corveeër. Wie denkt dat zo'n groot gezin vooral heel gezellig is, oogst bij de Ronteltaps onbegrip.
Ursmar en André hadden allebei vriendjes in de straat en speelden ook eindeloos op straat. André kan je nog feilloos alle sluiproutes uittekenen door de tuinen van de Terborchstraat, de Venestraat en de Oosterlaan om aan oom agent te ontkomen. Het was in die tijd een kinderrijke buurt en de Hogenkamps (Oosterlaan) Frans Willigenburg en Wim Holvast waren dikke vrienden van André. Ursmar trok veel op met Gerrit van Maanen en Flip Holvast.



Henk Ronteltap was leraar lassen, vuur- en plaatwerken ('smeden') aan de Ambachtsschool op de hoek van de Mimosastraat en de Hortensiastraat. In dat gebouw was de Machistenschool ook geïntegreerd en bovendien stonden er barakken tegenover de school waar de U.T.S. inzat en ook aan de leerlingen van die school gaf Ronteltap les. De U.T.S. is later naar nieuwbouw aan de Blaloweg verplaatst.



Ronteltap had de bijnaam De Beul. De eerste verklaring die ik daarvoor te horen kreeg was uitermate cynisch en terecht kwam André daartegen in het geweer. Ronteltap zou die bijnaam te danken hebben aan een onbegrijpelijke wreedheid, namelijk een onwillige leerling mores te hebben willen leren door hem te dwingen een heet stuk ijzer aan te pakken.


Nu was Ronteltap beslist hardhandig en hij zag er zeker ook niet tegenop om ongeconcentreerde leerlingen die werktuigen en gereedschappen op domme manier hanteerden met een hengst op andere gedachten te brengen. Maar zijn bijnaam had toch iets van ontzag voor zijn geweldige postuur en zijn kracht. De zware hamers die hij hanteerde imponeerden zijn leerlingen.
Frits van Schubert, Venestraat 2, die de school bezocht en les kreeg van Ronteltap bevestigt dat De Beul indruk maakte met zijn gestalte en zijn kracht. En ja, ook hij heeft ooit een dreun van deze leraar gehad.
Ronteltap had een Harley Davidson, bijgenaamd de Blauwe Engel. men zou kunnen zeggen een beul van een motor. Toen hij de motor wilde verkopen om er een auto voor in de plaats te kopen, mocht geen van zijn zoons de motor overnemen, eenvoudig omdat zijzelf daarvoor te licht en de motor te zwaar was.
In de achtertuin van Venestraat 23
Een goede leraar, vertelt Frits, maar niet een type om mee te discussiëren. En dat bracht Ronteltap wel eens in een moeilijker parket. Dan deed zich een incident voor. André geeft er een voorbeeld van. Op een door de school georganiseerde open dag is het leslokaal vol nieuwsgierige bezoekers, vooral leerlingen die hun ouders willen laten zien wat zij leren. Om stoer te doen geeft één van die leerlingen de pneumatische hamer een dot gas. Dat levert direct gevaar. Ronteltap, hoewel een tikje doof, hoort dat soort geluiden direct en pakt de onvoorzichtige leerling in zijn nekvel en wil hem buiten het lokaal zetten. Maar dan protesteren de ouders en komen op hoge poten op hem af. "Bent u de ouders van dat jong?". En toen zij dat bevestigden  heeft Ronteltap hen het klaslokaal, met medeneming van de zoon, doen verlaten.
.

Een verhaal dat moeilijk te verifiëren is vertelt Ursmar. Ursmar is panisch voor open vuur. Niet gek, zou je denken, voor de zoon van een smid. Gekker voor iemand die als chef-kok voor hete vuren staat.Maar de verklaring is volgens Ursmar dat hij als zuigeling uit een brandend huis is gered. Dat herinnert hij zich helemaal niet, maar die onredelijke paniek kent hij heel goed. Later heeft zijn zus Lies hem verteld dat zij het was die hem uit het brandende huis heeft gehaald. Het behoort niet tot de canonieke verhalen van de familie, want André had het nog niet eerder gehoord.

Was deze brandschade soms de aanleiding om te verhuizen naar de Venestraat? Is niet bekend. Ursmar vertelt dat de Vereniging Kinderzorg het pand in de Venestraat al wel gekocht had maar het niet kon exploiteren en het daarom tijdelijk verhuurde, aan de familie Ronteltap. Daarmee zat de familie dan wel op de schopstoel want toen de Vereniging het pand na zeven jaar (1949 - 1957) alsnog opeiste, moest de familie verhuizen. Het kindertal was toen al behoorlijk uitgedund en een flat in de Antonie Heinsiusstraat volstond nu.

Een bijzondere familie. André heeft twee geweldige fotoboeken gemaakt waarin ook de Venestraat-periode prominent in beeld komt. Uit een beroemd lied van Boudewijn de Groot is de zin overgeleverd dat in de familiegeschiedenis "de plaatjes" blijven circuleren "die zo vals getuigen van een blijde jeugd". Waar of niet waar, en dat geldt natuurlijk voor alle familiealbums. Zoveel lijkt zeker, voor zachtzinnigheid en zoetsappigheid was hier geen plaats. Je moest voor jezelf opkomen en je had het wat dat betreft lang niet altijd gemakkelijk. Dat er vrijwel niet te onderhandelen was met één van de of beide ouders, is ook invoelbaar. Een treffend voorbeeld van de compromisloze maar noodzakelijke duidelijkheid in de huiselijke orde was het absolute verbod voor de jongens om boven op de meidenafdeling te komen.
Het zal geen bijzonder voorrecht zijn geweest om als kind in zo een groot gezin op te groeien, maar voor een buitenstaander is het hoe dan ook fascinerend hoe de vader en moeder het ervan af hebben gebracht.
Daar zullen de kinderen elk hun eigen antwoord op geven, ieder naar zijn eigen beleving.



 


dinsdag 3 juni 2014

DE KINDEREN VAN DE VENESTRAAT

Van wie heb ik de lijst van kindernamen gekregen, in de roes van het feest van 24 mei jl.?

Het is de moeite dunkt mij om daar een prachtig document van te maken. In elk geval met de namen en wie weet ook in beeld, met foto's.

Dit is die lijst waar boven staat "Veenestraat".
Waar ik zelf aanvullende gegevens had, heb ik die ingevoegd

De eerste schitterende aanvulling, van de Familie Hartman, nr. 5/5a, vóór de schoorsteen met manneke pis(?), een molentje, een bloemstuk, een decoratief duits stenen bierkroesje dat als vaasje dient en een wereldbolletje op een sokkel (?). 
Vader met een sigaar en moeder met een fles. Iedereen in zondagse kleren. Toen was geluk heel gewoon. De Venestraat op z'n mooist.


Roelie, Evert, Ria, Betsy, Ada en Cobie 


Nr. 1a Fam. Schutte (1931 - 1959
8 kinderen:

Nr. 1a Fam. H. Schutte (1959 - 1968)
?

Nr. 2 Fam. Helder (1915 - 1930)
Engbert en Karel

Nr. 2 Fam. Broekman (1931 - 1943)
Leo en Marcus

Leo Mozes en Marcus

Nr. 2  Fam. Schubert de Wilde (1943 - 1968)
Ineke, Frits en Marian

Marian en Frits (tweelingen) en Ineke


Nr. 3 Fam. A. Davidson (1945 - 1948)
Hans

Nr. 3 Fam. H. Roosjen (1956 - 1957)
Meindert en Joke

Nr. 3a Fam. H.J. Schutte (1962 - 1967)
Ingrid

Nr. 4 Fam. van Es (1961 - 1968)
Alexander, Hendrik, Dirk, Roelie,

Nr. 5 Fam. Hibbel (1926 - 1962)
Els

Nr. 5 Fam. Hartman (1965 - 1973)
Roelie, Evert, Ria, Betsy, Ada en Coby

Ntr. 5a Fam. de Vries (1938 - 1948)
Joke, Hans, Robbie, Margreet en Bert

Joke en Hans de Vries

















Nr. 6 Fam. Dokter (1956 - 1995)
Hannie, Annelies en Josette

Nr. 7 Fam. de Jong (1941 - 1978)
Jaap en Arie

Nr. 7a Fam. Schrik (1969 - 1979)
?

Nr. 7a Fam. Huizinga
Aleida

Nr. 8 Fam. Hoekzema (1957 - 1973)
Elke, Astrid, Alida, Jaap, Jan, Saskia, Jeroen

Nr. 9a Fam. Holvast (1945 - 1954)
Wim, Flip en zus

Nr. 9a Fam. Westerhuis
Klaas

Nr. 10 Fam. Hugen (1941 - 1951)
Thea, Hans en Koos

Nr. 10 Fam. Jansen (1958 - 1968)
?

Nr. 10 Fam. Flisijn (1968 - 1971)
?

Nr. 10 Fam. Bode
Henk, Rita, Wendy en Olga

Nr. 10a Fam. Deiman ((1950 - 1976)
Hardy, Marga, Doke, Anke en Wilma

Hardy en Doke Deiman met hun moeder






































Nr. 11a Fam. Willigenburg
Frans en Anneke

Nr. 12 Fam. Sleeuw (1941 - 1946)
Frans en  Pop (Schalij), Henk

Nr. 12 Fam. van de Waart (1946 - 1953)
Ans en Frits

Nr. 12 Fam. Dich (1953 - 1957)
Marianne, Yvonne

Nr.12. Fam. van Gijssel (1957 - 1965)
Erik, Atie, Mieke, Maike

Nr. 12 Fam. Korpershoek (1965 - 1981)
Bob en Hans

Nr. 12a Fam. Pas (1939 - 1978)
Wil, Agnes en Marijke

Nr. 12a Fam. van Rhijn (1968 - 1976)
Ria, Truus, Ton, Coby, Lia, Sjaan, Hans Henny Loesje

Nr. 13 Fam. K. Lindenboom
2 kinderen

Nr. 13 Fam. Meindersma
Klaas en Sjoukje

Nr. 14 Fam. Dijkstra (1936 - 1976)
Geertje en Coenraad

Nr. 14 Fam. Nijman (1915 - 1917)
?

Nr. 14 Fam. Riemersma (1987 -heden)
Eva en Fleur

Fleur en Eva 



















nr. 16 Fam. Bos (1938 - 1974)
Piet, Jurjen, Nico, Ebo en Meintje

Nr. 16 Fam. Smit (1978 - 1991)
Niels en Lotte

Nr. 16 Fam. Frolich (1991 - heden)
Gerben (Wichers)

Nr. 19 Fam. van Maanen (1951 - 1959)
Jolie of Joke en Gerrit

Nr.19 Fam. Knol (1959 - 1968)
Geesje, Henk, Sietze, Ton en Ellen

Nr. 20 Fam. de Rie (1955 - 1959)
Frans en Marian



Nr. 20 Fam. van den Bos (1959 - 1961)
Giet, Lidwieke, Agnes

Nr. 20 Fam. Mussche (2000 - heden)
Luna en Figo

Nr. 21 Fam. Walland (1916 - 1930)
Jan Albrecht, Constant Theodoor en Anna Carolina

Nr. 21 Fam. Langemeijer (1930 - 1945)
Hein en Nini

Nr. 21 Fam. Kleinjan (1946 - 1952)
Leen

Nr. 21 Fam. van Beekum (1952 - 1976)
Irene (1941), Thom (1942), Mirjam (1944), Bernadette (1945), Servaes (1946 - ), Ivo (1947-1993), Mechtild (1949), Radboud (1950),  Geertruid (1953 - 2002)




















Nr. 21 Fam. Hendriks
Sander

Nr. 21 Fam. Sportel
Regina, Marieke, Dorothea en Herman

Nr. 21 Fam. Mostert
Hans-Jan, Lucas, Elize

Nr. 21 Fam. Plender
Jasper en Max

Nr. 23 Fam. Bodewes (1937 - 1949)
Agaath, Hilly, Herman, Toos, Jo-Wil en Tobien

Nr. 23 Fam. Ronteltap (1949 - 1957)
Agaath (1926 - 1972), Jo (zuster Ursmar) (1927 - 2006) , Kees (1928 - 1997), Nico (1930 - 1993), Eduard (1931 - 1938), Maria (1936 - 1936), Eligia (1939 - 1975), Richard (1940 - 2001), Marie-Louise (1942 - 1985), Thomas, Rechardus, Lies, Theresia, André, Ursmar


Nr.25 Fam. Tepe (1924 - 1928)
2 kinderen

Nr. 25 Fam. Stas (1929 1949)
Bert

Nr. 26 Fam. Bosch
Jolanda, Johan, Eric, Erwin, Bianca en Mariska

Nr. 27a Fam. Lengton (1927 - 1933)
Willem

Nr. 27a Fam. van der Lippe (1941 - 1959)
Elly

Nr. 27a Fam. Feberwee (1999 - 2006)
Ellen en Marie

Nr. 27a Fam. van Delden
Ronald en Joan














maandag 26 mei 2014

VENESTRAAT VIERT 100 JARIG BESTAAN, met dank aan weblog Zwolle

Met dank overgenomen van weblogzwolle.nl

Venestraat viert 100 jarig bestaan met feest
zondag 25 mei 2014 19:00
Zwolle - De Venestraat bestaat 100 jaar. Afgelopen zaterdag vierden bewoners en oud-bewoners het jubileum met op het programma verhalenvertellers, huiskamerconcerten, een barbecue en de onthulling van een banner en het jubileumboek ‘Venestraat 100 jaar’. “Alles is al bekend van jullie, maar vandaag krijgen we er nieuwe verhalen bij.”

 venestraatjubileum.jpg

De jubileumdag wordt geopend met een muzikaal optreden van Firma Weijland die de bewoners al zingend van de geschiedenis van de straat voorziet. Verhalen over schoenmaker Moossdorff – dubbel o, dubbel s, dubbel f, maar geen dubbel d – die er altijd voor zorgde dat er wel iets mankeerde aan de nieuwe schoenen, zodat de mensen bleven hangen en naar zijn verhalen luisterden. Of die student die een afspraakje had en fourage had geregeld – “Ja, dat zei je nog in 1991” – en met zijn liefje langs de Ijssel naar Kampen wandelde. De verhalen verraden de rijke geschiedenis van de straat die tegenwoordig nog steeds een gemengde samenstelling kent; van studenten en starters tot gezinnen en gepensioneerden.
Wethouder Van As krijgt de eer om het boek ‘Venestraat 100 jaar’, samengesteld en geschreven door bewoner Peter Riemersma officieel te onthullen. Van As: “Het boek en dit feest is het resultaat van de sociale gemeenschap die de straat door de jaren heen is gaan vormen. Deze dag biedt een prachtige gelegenheid om samen met elkaar feest te vieren, maar ook om elkaar te ontmoeten.” En zoals de zanger van Firma Weijland verwoordt: “Alles is al bekend van jullie, maar vandaag krijgen we er nieuwe verhalen bij.”

In hett Denksportcentrum waar een tentoonstelling van de huidige bewoners te zien is, bladert Joke de Vries door het jubileumboek. De Vries woont momenteel in Almere, maar woonde van 1941 tot 1947 als klein meisje aan de Venestraat 5a. Met een vader die in het verzet zat, maakte het gezin er een bewogen tijd door. Afgelopen zaterdag bezocht ze voor het eerst weer het huis waar ze ooit woonde. “Het was erg emotioneel, ik had niet verwacht dat het zo’n impact zou hebben”, vertelt ze. Tijdens het feest kwamen oude herinneringen weer tot leven.

De Vries: “Ik had gehoopt, maar niet verwacht dat ik oude bekenden tegen zou komen. Roelie Hartman ken ik uit die tijd, maar ook Meintje herkende ik direct.” Meintje Gietema-Bos vult aan: “Wij hebben nog samen in de optocht tijdens de bevrijding gelopen. Ik was de bruid en Joke het bruidsmeisje.” De dames wisselen contactgegevens uit om elkaar niet uit het oog te verliezen.

Achter de bar in het centrum is Peter Riemersma  druk met de verkoop van het jubileumboek. “Ik heb er maar dertig laten drukken, ik had nooit verwacht dat er zoveel belangstelling zou zijn”, zegt hij verheugd. Glimlachend: “Er zit dus niets anders op, er komt gewoon een tweede druk aangevuld met nieuwe verhalen.”

LEUKE FOTO'S IN DE KRANT OVER GROOTS FEEST IN 100 JARIGE VENESTRAAT











Venestraat viert 100-jarig bestaan

Foto's
 
3

Foto Pedro Sluiter


ZWOLLE 
Tijdens het jubileumfeest in de Venestraat draaide het zaterdag tussen de picknicktafels en vlaggetjes om namen en huisnummers. Het straatje in de Stationsbuurt bestaat 28 mei 100 jaar en een feestmiddag bood de kans herinneringen te delen.
Niet alleen de huidige bewoners, maar ook veel oud-bewoners waren op het feest afgekomen. Onderdelen van het jubileumfeest waren een foto-expositie, de presentatie van een boek en huiskameroptredens. In de straat trad de Firma Weijland op.




vrijdag 16 mei 2014

Zaterdag 24 mei is het feest.








Feest omdat de Venestraat 100 jaar bestaat, te vieren samen met bewoners en oud-bewoners.









Het programma:




13.45 – 14.00 

ontvangst gasten in het Denksportcentrum 
(=Apostolische kerk)









14.00 – 15.00 


openings optreden muziektheatergezelschap 
Firma Weijland 

inclusief opening wethouder Van As 

en onthulling van de banner 100 Jaar Venestraat door Allart Maiers projectleider Prorail






15.00 – 18.00 


kamerconcerten in verschillende huizen in de Venestraat en andere feestelijke activiteiten






Het avond programma wordt gestart met een BBQ,

waarvoor een ieder zich kan opgeven € 10 per persoon 
.



Het Denksportcentrum neemt een centrale plaats in die dag



voor drankjes kan men er terecht en voor de foto expositie.






De FOTO tentoonstelling: schitterende portretten van de
huidige bewoners Venestraat, fotograaf Bart Kuik













Peter Riemersma heeft een jubileumboek Venestraat 100 Jaar geschreven. Dat ligt ter inzage en kan gekocht / besteld worden




038-4210116 Vene 14 Peter Riemersma/Annette Bos apriemersma@home.nl 
Ook  BBQ opgeven

038-4218233 Vene 16 Ineke Frolich 
inekefrolich@gmail.com 
Ook BBQ opgeven

038-4212850 Vene 18 Hanneke van der Linden /Jan ten Berge hannekevdlinden@hotmail.com 
Ook BBQ opgeven

donderdag 15 mei 2014

ROELIE HARTMAN KIJKT TERUG

Mevrouw Roelie Potman-Hartman woont nu in Ede. In haar mémoires overbrugt zij schijnbaar eenvoudig zestig jaar. In 1954 ging schipper Hartman met vrouw en kinderen aan de wal wonen, in de Venestraat.
Hier is Roelie ademloos aan het woord.

Herinneringen aan de Venestraat  vanaf 1954.

Wij, het gezin Hartman, vader, moeder en vijf kinderen, zijn in december 1954 in de Venestraat komen wonen.
Mijn vader was binnenschipper. Ik was het oudste kind en was om onderwijs te genieten in Vreeswijk op het schippersinternaat geweest. Mijn broer die vier jaar jonger was, was daar ook één jaar geweest en mijn zusjes zouden weldra volgen. Geen ideale situatie, en daarom besloten mijn ouders dat het beter zou zijn om met het gezin aan de wal te gaan wonen.
Mijn vader werkte toen eerst bij de Zuiderzeewerken en later bij de Deltawerken. Dit betekende dat hij ’s maandagochtend vroeg vertrok en vrijdagavond weer thuis kwam.
Het was nog niet ideaal, maar wij kinderen konden nu bij onze moeder, die door de week het gezin in haar eentje moest runnen,  thuisblijven en in Zwolle naar school gaan.
Mevrouw Van Munster, een tante van mijn vader, die op nr. 11 woonde bezat niet alleen het pand 11/ 11a, maar 5/5a was ook haar eigendom. Mijn ouders zochten woonruimte en het huis op 5a kwam vrij en met toestemming van de gemeente, konden we dit bovenhuis van haar huren.
De rustige Venestraat met toen in mijn ogen hoofdzakelijk oudere bewoners, zal wel even de wenkbrauwen hebben gefronst toen daar ineens dat gezin met vijf jonge kinderen kwam wonen.
Voor ons was het ook wennen. Op ons schip hadden we weinig speelruimte gehad en nu was daar ineens een huis en een straat, en gelukkig waren er ook kinderen om mee te spelen.

Nu terugkijkend kan ik nog medelijden hebben met de familie Hibbel die onder ons woonde. We deden erg ons best om rustig te zijn, maar vijf levendige kinders boven je hoofd!
Op een zondagavond, mijn ouders waren naar de kerk, speelden wij met een bal (!) die op een gegeven moment van de trap af naar beneden stuiterde. Meneer Hibbel belde aan en riep door brievenbus of het nu eens afgelopen kon zijn met dat kabaal?  Volgens mij was dat wel het heftigste treffen. Wij deelden de buitentrap en als meneer en mevrouw Hibbel laat thuis dachten te komen, dan brandde de buitenlamp. Nu weet ik dat zij dan een avondje gingen bridgen. Wanneer de familie Hibbel hier was komen wonen weet ik niet maar in een doos met ansichtkaarten van mevrouw van Munster die in mijn bezit is, zit een vakantiegroet van hen uit Scheveningen uit het jaar 1934.





Maria





Voor ik over ons zelf vertel, wil ik eerst vertellen over het echtpaar van Munster dat op nr 11 woonde. Meneer van Munster was een oom van mijn vader. Jacobus van Munster was ook binnenschipper geweest. Hij had onder anderen een sleepaak de Maria gehad, die gebouwd was op de werf van van Aller in Hasselt. Later werd dit de werf van Bodewes.



Na een huwelijk van ruim twintig jaar overleed zijn eerste vrouw. Negen jaar later in 1928 trouwde hij met Harmina Johanna Giethoorn (tante Jo). Eerst woonden ze aan de Thorbeckegracht. Later zijn ze in de Venestraat gaan wonen.


Venestraat 11 van achteren


In de 30-er jaren gingen ze al op vakantie naar Duitsland! Of de foto hiernaast in Duitsland is genomen betwijfel ik. Soms gingen ze ook een dagje uit fietsen met buurman Stoter en zijn vrouw. Dit kan dus heel goed de Leemkuule in Hattem zijn!     
                                                                 
Mevrouw van Munster in het midden, links haar man, rechts buurman Stoter

Als Jacobus op zondag 3 december 1944 samen met zijn vrouw na een kerkdienst in de Plantagekerk naar huis loopt, wordt hij op de Sassenpoortenbrug onwel en sterft.
Tante Jo had vóór zij met oom Jacob trouwde een kruidenierswinkel aan de Hoogstraat.
Zij was een wijze, ontwikkelde, zelfstandige vrouw. Zij las de krant met potlood en schaar naast zich, getuige een doos met krantenknipsels van haar die eveneens in mijn bezit is.
Voor ons was zij een goede hulp bij het inburgeren in Zwolle en in de Venestraat. Als je zondags in de kerk naast haar mocht zitten vertelde ze, voordat de dienst begon, wie er om ons heen zaten en wie familie was van wie! Na kerktijd ging ze vaak met ons mee koffiedrinken. Voor de kleintjes nam ze dan altijd het kinderhoekje uit “Trouw” mee. Zelf zouden we die krant pas later gaan lezen. Eerst moesten we de “Zwolse Courant” lezen, zodat we wegwijs werden in het Zwolse.
Hatrtmannetjes in de tuin van de familie Bos, met kleinkinderen Bos
Ze nam mijn moeder mee naar kerkelijke vergaderingen en de vergaderingen van de Anti Revolutionaire Partij. Ze was een trouw luisteraarster van de NCRV-radio, Johan Bodegraven met mastklimmen was favoriet bij haar. Op vrijdag, marktdag, kwam haar hulp Engeltje, Engeltien zei tante Jo, een jonge vrouw uit ’s Heerenbroek. Eerst werd er gepoetst en koffie gedronken en dan gingen ze samen naar de markt.
Zij was een deftige tante met een ouderwets interieur. Boven de schoorsteenmantel hing een kamerhoge spiegel. Waar je ook zat je in haar kamer, je kon je zelf niet ontwijken, tenzij je net als tante Jo zelf met je rug naar de spiegel zat. Als we bij haar op bezoek waren probeerden we ons netjes te gedragen. Op een keer dronk ik koffie bij haar, het was de tijd dat er nog geen melk cups waren, “Lust je wel een velletje op de koffie?” vroeg ze aan mij. En beleefd als ik dacht te zijn antwoordde ik:  “jawel”. Ik had beter eerlijk kunnen zijn, want tante Jo bewaarde de velletjes van de gekookte melk apart en ik werd getrakteerd op een flinke schep vel. Grrrrr!
In 1957 werd zij ziek, ze wist dat ze niet beter kon worden en aanvaardde haar ziekzijn.
Zolang ze nog thuis kon blijven hield ik haar nogal eens gezelschap. Aan die uurtjes met haar doorgebracht denk ik nog vaak terug. Toen ze te ziek werd, ging ze naar mijn oma en tante die op het Assendorperplein woonden en daar werd ze door mijn tante verzorgd.
In januari 1958 overleed zij, vier dagen nadat ons jongste zusje geboren was.

In december 1954 waren wij in de Venestraat gekomen. Het huis was erg donker, alles was nog in bruinen geschilderd. De firma Schutte zorgde voor een metamorfose. Alle deuren, het trappenhuis, alles werd licht geschilderd en behangen. We hadden drie slaapkamers, een kamer-en-suite, keuken en boven de trap nog een klein kamertje, dat we in navolging van tante Jo het kabinetje noemden. Een elegante benaming voor wat meestal een verzamelplaats was van jassen, speelgoed en dergelijke. Veel later is hier een doucheruimte van gemaakt.


mevrouw Hartman

Ik ging naar de David Wijnbeek Mulo en mijn broer en zusjes gingen naar de Groen van Prinstererschool van meester Veurink in de Schoutenstraat, later aan de Zeven Alleetjes.
Mijn vader vertrok ’s maandagsmorgens vroeg, eerst naar Harderwijk en later zelfs helemaal naar Hellevoetsluis. Op zondagavond moesten wij om beurten zijn treinkaartje vast gaan kopen, zodat hij de volgende morgen niet in de rij hoefde te staan. Op vrijdagavond kwam hij weer thuis. ’s Winters als het vroor kon er niet aan de aanleg van de dijken worden gewerkt en was hij soms langere tijd thuis.
De tweede winter dat we aan de wal woonden vroor het lange tijd en lag er veel sneeuw. Mijn vader veegde onze stoep en die van tante Jo en ach ook die van de familie Stoter. Aan de overkant woonden mevrouw Thiebout en de dames Wolff en Guilliams, die stoepen deed hij er dan ook nog maar bij. De dames waren blij en mijn vader kreeg van elk een fijne sigaar.
Al gauw maakten we ook kennis met de familie Bos en dat zou een hechte vriendschap worden.
Meneer en mevrouw Bos leerden ons het majongspel. Met Pasen gingen we naar Groninger gewoonte, de familie Bos waren echte Grönigers, noten schieten. Dat moet voor onze benedenburen ook niet zo leuk zijn geweest.
Walnoten werden op een lange rij gelegd en dan moest je met een ijzeren kogel zoveel mogelijk noten van de rij schieten. En dan de verhalen die meneer Bos kon vertellen!
Het was een man die erg aanwezig was en daarom kan ik goed begrijpen dat mevrouw Bos wel eens zei, als ze rustig brieven aan haar kinderen wilde schrijven, Piet in Amsterdam en Nico in Eindhoven; “Ebo, ga jij maar even een kop koffie drinken bij de familie Hartman.”

Toen mijn vader voor een longoperatie in het R.K ziekenhuis lag, het was mei, kwam meneer Bos hem elke dag een bakje aardbeien en de krant brengen. Vader lag in een aanbouw van het ziekenhuis, en langs het weggetje naar wasserij ”Dellen-Wuyts” kon hij bij het kamerraam komen waarachter mijn vader lag.
Andere bewoners van de Venestraat die ik mij herinner: tegenover ons de kapsalon van
Rie de Wilde, de familie van Es, de familie Dokter, daarnaast kwam later de familie Hoekzema en zo was de overkant van de straat verjongd. Naast ons beneden op nr 7 woonde de familie de Jong. Meneer de Jong was pianostemmer en had een werkplaats in het souterrain waar hij
de heer Hartman
samen met zijn zoon Jaap werkte. Kwam er wel eens een bal tegen het deurtje van het souterrain dan was je nog niet jarig! Meneer de Jong kon dan erg lelijk tegen je doen. Jaap had later een muziekhandel aan de Assendorperstraat.
Mevrouw de Jong vertelde ons dat ze er tegen op had gezien toen ze gehoord had dat wij, een schippersgezin met 5 kinderen, schuin boven haar zouden komen wonen. Ten onrechte zei ze, we werden goede buren! Dat werd mij opnieuw duidelijk toen ik de condoleancebrief die haar zoon Arie na het overlijden van mijn vader in 1979 aan mijn moeder schreef, nu nog weer eens doorlas. Hij schreef: “ Mijn vader liet het misschien niet blijken, maar hij was erg vertrouwd met uw man en u. Hij waardeerde de bezoeken meer dan u kunt vermoeden.”
Roelies kleine zusje op de auto van de familie

Boven de familie Lindeboom op nr 13,  woonde op 13a de familie Hersevoort. Hij was ook een oud schipper en zat samen met mijn vader in het bestuur van de Schippersbond NPCSB.
Op nr 20 kwam de familie de Rie wonen. Zij hadden een zoon Frans, en een dochter. Frans zat denk ik op de machinistenschool en ging daarna naar zee. Van één van zijn reizen bracht hij een sjaal, de rots van Gibraltar, voor me mee. Eigenlijk was de sjaal voor mijn vriendin bedoeld, maar die was tijdens zijn afwezigheid verhuisd naar het verre Groningerland.
Wanneer de vlag op de apostolische Kerk stond, dan was de Apostel op bezoek.
Ik herinner me dat, als wij zomers de balkondeuren open hadden, we genoten van hun zingen.
Eén van mijn zussen herinnert zich hoe ze, met andere kinderen, in het portiek van de kerk met poppen speelde. Ze speelden vader en moedertje en kerkje. Van de verzuiling hadden zij geen weet, want Hervormd, Gereformeerd of Katholiek het maakte niet uit, alle poppen werden gedoopt. Met veel plezier denkt zij terug aan de kinderen waarmee ze op straat speelde en de spelletjes die ze deden; busje trappen(de put in het midden van de straat was de pot), en het krijtspel ik verklaar je de oorlog, en kaatsballen tegen de blinde muur. Er waren meisjes, wie??, die met 4 of 5 ballen konden ballen.
de stoep voor het huis van de familie van Es wordt gerboend
Schuin tegenover ons op de hoek van de Oosterlaan was een kantoor van de VAD waar de chauffeurs pauze konden houden, zo heb ik het in elk geval geïnterpreteerd.
Als de VAD-bussen door onze straat van de garage in de Hertenstraat naar het busstation reden, dan rinkelden de kopjes op de tafel.
Aan de achterkant hadden we het uitzicht op de opslagplaats van Buttinger sanitair., overdag was het er altijd druk met af- en aanvoer van materiaal en ’s avonds was het de vrijplaats van de vele katten uit de buurt.
Op een zomeravond zat ik met mijn jongste zusje op het balkon, ze begon net een beetje te praten en zei, wijzend naar de katten die op het platte dak liepen. “Poes!! Ik vroeg , “Wat zegt het poesje?” En al gauw zaten we met z’n tweetjes te miauwen totdat er beneden ons een deur werd open gegooid, gevolgd door een emmer water. Meneer de Jong trots op zijn dahlia’s dacht: “Die verhipte katten, ik zal ze!” 

Het straatbeeld was nog overzichtelijk, bijna geen auto’s, geen fietsen op de stoep, alleen
‘s morgens en ‘s middags mensen die zich door onze straat van en naar het station spoedden.
Onze fietsen mochten we bij tante Jo in het souterrain zetten en later achter het hekje voor ons huis en in het souterrain bij de familie Hibbel. Dat kwam op een keer wel erg goed uit. De familie Hibbel was uit logeren en na een enorme plensbui stond het hele souterrain blank. Gelukkig hadden wij toen hun sleutel en konden zoveel mogelijk de ravage opruimen.
Later toen mijn ouders in het benedenhuis woonden, heeft er nog een paar keer grondwater in het souterrain gestaan. Na de aanleg van de nieuwe aansluiting van het Zwartewater op de IJssel was dit ongemak verleden tijd.
Roelie
Op zondag gingen we met het hele gezin naar de Zuiderkerk. Daarna thuis of bij vrienden koffiedrinken en dan om één uur de middagmaaltijd waarbij we naar Mr. G.B.J. Hiltermann luisterden, die ons vertelde hoe de toestand in de wereld er voor stond.
Hiltermann en (zondagse) groentesoep, voor mij horen die twee bij elkaar.

De bakker van ’t Spijker, de groenteman Bolleman, de slager Bomhof, allemaal kwamen ze aan huis om hun waren te leveren. Boodschappen deden we bij de dames Boxman en zaterdags kochten we “wat groots voor bij de koffie” bij van der Lippe.
Toen wij, de kinderen, de deur uit waren zijn mijn ouders verhuisd naar de Hertenstraat. Zij kochten het huis van zuster van de Kolk, de verloskundige die mijn moeder had bijgestaan bij geboorte van mij en van mijn broer. Ik vond mevrouw van de Kolk een stoere vrouw in haar groene jagersjas. Ik stond een keer samen met haar bij de dames Boxman in de winkel en zij bestelde een ons, “sterfopdestraatworst” ( cervelaatworst).
Ik denk dat dat haar nog stoerder maakte in mijn ogen.

In ons huis in de Venestraat, dat mijn vader na het overlijden van mevrouw van Munster gekocht had, woonden voortaan studenten. Mijn vader was een strenge huisbaas die toezicht hield op het naleven van de huisregels, die alleen meisjesstudenten huisvestte en het liefst de jongens buiten de deur hield. De tijden veranderden en mijn vader veranderde mee, gelukkig!

Als ik nu met de trein in Zwolle aankom is mijn eerste gang altijd naar de Venestraat en kijk ik omhoog naar het huis met die mooie grote vlaggenstok aan de gevel.

Roelie Potman-Hartman

Gevraagd naar wat er van haar en har zussen terecht is gekomen, schrijft Roelie terug:
"Voor ik trouwde heb ik ruim vier jaar bij apotheek Woutersen, later Hannink, naast de Sassenpoort gewerkt. 
Mijn broer en mijn zussen zijn allemaal de kant van de zorg opgegaan en zijn ook uit Zwolle vertrokken. Ondanks dat ik al bijna 50 jaar in Ede woon voel ik mij nog Zwollenaar (waar ik geboren ben en later van mijn 13e- tot mijn 22e heb gewoond), en vind ik het plezierig om langs de oude vertrouwde plekjes te wandelen.
Wel leuk om te vertellen; één van mijn zussen (zij is ook degene die jouw blog ontdekte) woont in Leeuwarden en is getrouwd met een oud-catechisant van je vader. (P.Riemersma, mijn vader dus, was predikant in Leeuwarden van 1958 - 1964).